Stichting Hoochhoutwout biedt u het heden en het verleden van de (vroegere) gemeente Hoogwoud (Hoogwoud, Aartswoud, De Langereis, De Gouwe, De Weere). De Stichting Hoochhoutwout heeft als doelstelling om de (vroegere) gemeente Hoogwoud in al haar facetten te belichten.

Beslissing tot aanleg waterleiding

 

in de gemeente Hoogwoud

Door Ab Klomp

Betrouwbaar water uit de kraan is voor ons de normaalste zaak van de wereld. Maar vroeger was het anders. De regenput gaf lekker water, maar het was wel verstandig om het eerst te filteren en te koken. Bij droogte was de put soms helemaal leeg en dan werd nog vaak slootwater gebruikt. Tijdens een bezoek in 1811 aan Nederland stelt Napoleon vast dat een moderne drinkwatervoorziening prioriteit verdient.

Het verschepen van water is ouderwets en omslachtig. Maar Napoleon heeft eerst andere prioriteiten. Pas in 1920 richt de provincie Noord-Holland het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland op. In de gemeente Hoogwoud wordt er vanaf 1924 gesproken over de aanleg van een waterleiding, maar de kosten zorgen voor verhitte discussies. Pas in 1926 wordt gestart met de aanleg.

Het verhaal van de waterleiding in Nederland begint in 1845 op het landgoed Huis te Manpad tussen Heemstede en Vogelenzang. Mr. Jacob van Lennep en zijn vrouw Henriëtta Roël genieten van het warme weer en om de dorst te lessen haalt Henriëtta een karaf koel helder duinwater uit de pomp en schenkt twee glazen in. Het smaakt heerlijk, veel lekkerder dan het water uit de Vecht dat met schuiten naar Amsterdam wordt vervoerd. Dit brengt Van Lennep op het idee om water uit de duinen via buizen naar Amsterdam te vervoeren. Dit moet wel gefinancierd worden, maar de welgestelde Amsterdammers weigeren te investeren. In 1851 lukt het Van Lennep met Engelse geldschieters de Amsterdamse Duinwater-Maatschappij op te richten. Op 12 december 1853 wordt bij de Haarlemmerpoort het eerste duinwater verkocht voor 1 cent per emmer. De aanleg van waterleiding is dan nog particulier initiatief en dat kan winstgevend gedaan worden in steden. Zo komt er waterleiding in Amsterdam, maar ook in Den Helder, Alkmaar en de Zaanstreek.

Het platteland is onrendabel gebied en moet voor initiatieven wachten tot 1919. De provincie Noord-Holland vat het plan op om het platteland van waterleiding te gaan voorzien. Als eerste wordt besloten om de waterleidingbedrijven van Alkmaar en Zaanstreek te gaan kopen en tevens het duingebied bij Bergen. In 1920 wordt daartoe het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN) opgericht. Aanleiding voor de provincie om waterleiding op het platteland te gaan promoten is, dat er steeds weer tyfus-uitbraken in Amsterdam voorkomen, die terug te voeren zijn op het schoonmaken van melkgereedschap in sloten.

1929. Gebouw PWN in Bloemendaal

Akkoord gemeenteraden

Om een buizennet voor de waterleiding aan te leggen moeten de gemeenten akkoord gaan. De directeur van het Waterleidingbedrijf moet dan ook in de gemeenten veel voorlichting geven. Als eerste is de gemeente Heiloo aan de beurt, omdat die gemeente gemakkelijk aangesloten kan worden aan het Alkmaarse waterleidingnet.

Op 25 maart 1920 wordt met algemene stemmen besloten om aan te sluiten en op 22 juli 1920 wordt de waterleiding in Heiloo feestelijk in gebruik genomen.

De gemeenten krijgen van het provinciaal waterleidingbedrijf een verzoek om aan te sluiten, maar de gemeenten willen dan wel wat meer weten en daarvoor geeft de directeur van het waterleidingbedrijf, de heer Van Oldenborgh, voorlichting zowel aan B en W als aan de raad. Maar als er voorlichting aan de bevolking gegeven moet worden, dan is hij daar ook toe bereid.

1920. Aanleg waterleiding Heiloo

Hoogwoud: 7 januari 1924

In de gemeenteraad komt de waterleiding aan de orde.

“Voorzitter: Gebrek aan water is lastig. Waterleiding wordt zeer belangrijk geacht ook voor boerderijen. Er zijn boeren die dadelijk zouden aansluiten als ’t kwam.

De heer Vijn: Woorden! Ze moeten eerst maar eens weten wat het kost.

Voorzitter verklaart zich bereid de heer Van Oldenborgh van de waterleiding te vragen of hij wil komen spreken over waterleiding.

De heer Schilder vindt de dwang tot aansluiting niet goed.

De heer Bossen wijst ook op de dwang. Als men binnen 40 m afstand woont is aansluiting verplicht.

Voorzitter: Ik zou wel eens willen weten wat het per koe kost.

De heer Bossen: Ik ben nieuwsgierig wat het per mens kost. Ik heb wel eens een verslag gelezen over een lezing betreffende waterleiding. En ik zeg: het zal zo worden dat we hebben in de gemeente: goed licht, mager drinkwater en ... geen eten op tafel. Hoe goed het drinkwater ook mag wezen, de vrouwen zeggen, dat het als waswater veel zeep neemt. Mevr. Hoek-Spaander: Dat is waar.  

Bij stemming wordt met 5 voor en 2 tegen besloten een spreker te laten komen en voorzitter zegt de heer Van Oldenborgh te zullen uitnodigen een bespreking over waterleiding te komen houden.

Tegen waren: Bossen en Vijn.

De heer Groen zegt nog dat er water uit de waterleiding, dat opgestuurd was ter keuring, afgekeurd is geworden.

De heer Vijn vindt dat toch nogal kras.”

 

Wassen in de sloot

11 februari 1924

In de raad komt de brief van de directeur van het Provinciaal Waterleiding-bedrijf ter sprake. Deze heeft een brief geschreven over de bewering van raadslid Groen.

Groen kan geen bewijsstukken overleggen. Het verhaal heeft hij gehoord van een werkman, die de waterleiding aanlegt. Hoe die man heet weet de heer Groen niet.

Voorzitter zegt dat het wel gewenst is om met zoiets voorzichtig te zijn.

 

3 april 1924

In de vergadering van de raad komt de waterleiding weer ter sprake.

De directeur van het Provinciaal Waterleidingbedrijf is bij B en W geweest. “De heer Van Oldenborgh dacht eerst in de raad de zaak wel te kunnen toelichten.

De heer Vijn: Wij moeten eerst murw gemaakt. Voorzitter: Hij had het anders nu al niet gemakkelijk om u murw te krijgen.

De heer Portegies: Nu wij zijn er zelf bij, ik ben er wel voor om hem in de raad over de zaak te horen.

De heer Bossen: De voorzitter heeft gezegd, dat Bossen niet gevoelde voor waterleiding, maar dat is niet juist, want ik zou er voor zijn, als ieder maar genoeg geld had om de onkosten te betalen, dan was het niet zo bezwaarlijk. Maar die dwang! En waarom moet het eerst hier besproken, waarom niet in een publiek lokaal. Mevrouw Hoek-Spaander: Ik vind er toch niets tegen, dat het eerst door hem in de raad wordt toegelicht.

Voorzitter: De directeur heeft al aan de heer Vijn gezien, dat die geen voorstander is en dat stak de heer Vijn volstrekt niet onder stoelen of banken.

De heer Portegies: Als wij bij toelichting in raadsvergadering geen van allen voorstanders waren, zou de directeur misschien niet eens in het publiek er over gaan spreken.

De heer Vijn: Ik vind het volstrekt niet van belang om het eerst in de raad te laten toelichten, maar ik ben er niet tegen om de heer Van Oldenborgh in de raad toe te laten. Met op een na algemene stemmen (Bossen tegen) wordt besloten de heer Van Oldenborgh in raadszitting de waterleiding te laten bespreken.”

 

1926. Spoelhuisje voor melkemmers in Hensbroek.

29 juli 1924

De heer Van Oldenborgh komt in de raad. “De heer Van Oldenborgh, directeur van het Provinciaal Waterleidingbedrijf te Bloemendaal komt ter vergadering, vergezeld van één der employé’s van dat bedrijf. Voorzitter heet de heren welkom en verleent het woord aan de heer Van Oldenborgh, die daarna op duidelijke en bevattelijke wijze uitvoerig de waterleidingzaak uiteenzet, voorwaarden, etc., van eventuele aansluiting bij het Provinciaal Bedrijf behandelt, etc. Nadat o.a. in de brede de “verplichte aansluiting” voor als woning gebezigde percelen gelegen op een afstand binnen de 40 m van de as van een weg, waarin een hoofdbuis van het Waterleidingnet ligt, is behandeld, komt de heer Van Oldenborgh tot de conclusie, dat in Westfriesland lang het idee heeft geheerst: Wij, vrije Westfriezen laten ons niet dwingen door de Heren uit Den Haag of Haarlem.

Maar .., men ontkomt er niet aan om geregeerd te moeten worden. Al van Radbout’s tijd tot nu toe is dat zo. Spreker geeft nog enige leidraad ter vaststelling ener verordening ter aanvulling van de Bouwverordening.

De heer Vijn zegt: Ik ben er precies tegen om er verordening van te maken. De waterleiding mag van mij wel buizen leggen. Maar laat de ingezetenen vrij om al of niet aan te sluiten. Gemeente, Provincie of Rijk hebben er niets mee nodig wat ik drink.

De heer Van Oldenborgh: Die lichamen zullen er zich ook niet mee bemoeien. Het wordt in handen van B en W gelegd.

De heer Vijn: Maar dat wil ik ook niet. Er zijn al genoeg dwingende bepalingen in West-Friesland.

De heer Glas vindt de bindende bepaling van te moeten aansluiten, binnen zekere afstand van de as van de weg weliswaar iets om over te denken. En toch spreker vindt waterleiding een zó belangrijk iets, dat hij daarover wil heenstappen.

De heer Vijn: Ik begrijp niet goed, dat u zo oud is geworden ... zonder waterleiding ...

De heer Glas: Maar Amsterdam met haar sloppen en stegen is in ongunstiger omstandigheden als wij. Wij hebben vrije lucht, Amsterdam was vroeger op achter, nu op voor bij ons gezonde platteland.

De heer Vijn: Maar dokter heeft gezegd, dat hij nog nooit een ziektegeval heeft geconstateerd dat door ’t water kwam.

De heer Van Oldenborgh licht nog toe op een vraag van de heer Bossen, dat het water wordt onderzocht in de toestand zoals het wordt gedronken. De heer Van Oldenborgh antwoordt op een des betreffende vraag, dat het Waterleidingbedrijf wel in staat is, om de omgeving in Noord-Holland van water te voorzien. In het duinterrein 135 meter vanaf het duin is ’t nog zoet water.

Waterfilters in de duinen bij Bergen

De heer Vijn bestrijdt dit.

Voorzitter: Is het eerste punt (over aansluiting dan) voldoende besproken?

De heer Vijn: Ja we komen niet tot vergelijk. Ik praat er niet meer over.

Op een vraag van mevrouw G. Hoek-Spaander antwoordt de heer Van Oldenborgh, dat de eigenaar van een perceel betalen moet, als bij de huurder van dat perceel aanleg geschiedt. In 79 gemeenten in Noord-Holland is tot aanleg besloten.

De heer Vijn: ... Omdat de verordening er is. Maar anders ...

De heer Portegies: Zonder verordening kan men ook niets.

De heer Van Oldenborgh licht verder toe, hoe de gemeente in zekere zin een zekere financiële verplichting legt op de schouders harer ingezetenen. Men heeft kosten van aanleg en kosten van waterverbruik. Voor gewoon huishoudelijk gebruik worden geen meters voor controle geplaatst. Wel wanneer het geldt voor het waterverbruik ten behoeve van bedrijven als zuivelfabrieken, grote veestallen en dergelijke. Als men minder dan 80 m2 oppervlakte (bewoonbare oppervlakte) bewoont, kan men desnoods in 10 jaren betalen.

Wassen in sloot aan de Koningspade ter hoogte van het huidige kerkpad.

Na nog enige uiteenzetting door de heer Van Oldenborgh vraagt de heer Vijn: Kan men wassen met leidingwater?

De heer Van Oldenborgh: Ja, maar regenwater is beter.

De heer Vijn: Zeker, want men kan zoveel zeep niet er ingooien dat het schuimt. ’t Is als met pompwater.

De heer Glas: De heer Bossen zei dat betaling voor de kleine man bezwaarlijk is. Maar ik geloof dat er toch een middel op zal zijn. ’t Is nu niet eens een droog jaar. Toch wordt zeer veel water uit de kerkebak gehaald. Maar laten wij nu eens denken aan de brandstoffen. Die zijn hier duur. Wij geven er van gemeentewege toeslag op. Maar wij zouden toch waterbonnen kunnen geven. Ik ben overtuigd, dat zulks een weldaad voor onze inwoners zou zijn, waardoor zij dan voldoende water zouden hebben. Mooi is het dat voor huishoudelijk gebruik geen meters worden toegepast door het bedrijf. Een ruim gebruik wordt zo bevorderd. Als er in Hoogwoud mensen zijn, die niet voor waterleiding kunnen betalen, is Hoogwoud nog wel in staat om tegemoet te komen.

De heer Vijn, glimlachend tot Glas: Ge zijt al heel aardig op weg om tot gemeente-socialisatie te komen: waterbonnen, brandstofbonnen, vleesbonnen, ’t is nogal wat.

De heer Glas: Ik denk dat ’t met waterbonnen niet zo erg lopen zal. En als de gemeente Hoogwoud ’n beetje in de misère mocht komen zou ik liever missen de straatverlichting, die ƒ 1200 kost en die willen opheffen dan. En liever dan die ƒ 1200 aan water besteden.

De heer Vijn: Dat zou ik werkelijk toejuichen. De heer Bossen: Ik ook.

Voorzitter: Zeker daar voel ik ook voor. Brandstoffenbonnen geven we reeds. Ik zou liever straatverlichting missen dan dat we geen waterleiding zouden krijgen.

De heer Glas: Zoals ik besprak, is dus het financiële in mijn ogen geen bezwaar.

Voorzitter: Zo is voor mij het financiële evenmin een bezwaar.

De heer Schilder: En zolang we de begroting sluitend kunnen maken, zullen we niet in de benauwdheid komen.

De heer Portegies: Veel hebben we al gehoord, maar nog niet hoeveel water er per 100 kippen nodig zal wezen. Daar lacht u om, Vijn, maar ...

De heer Vijn: Ik mag wel eens lachen.

De heer Portegies: O, Zeker, ik heb liever dat je er om lacht dan om huilt.

De heer Van Oldenborgh: Weet u wat één kip gebruikt?

De heer Portegies antwoord ontkennend. Voorzitter: Zou ’t een vierde kubieke meter zijn?

De heer Glas met overtuiging: zoveel moet een kip niet gebruiken.

De heer Van Oldenborg: Zoiets kan meestal door laag abonnement of door bijslag voor beesten gevonden worden. Misschien kan ik er cijfers over geven. Maar toch staan die nu niet ter mijner beschikking. Het kippenwater moet op gezette tijden ververst worden. Dat neemt het meeste water.

De heer Portegies: Ik zie veel voordeel in leidingwater voor kippenhouders omdat het zo zuiver is.

De heer Van Oldenborgh geeft op verzoek van de voorzitter aan de hand van een paar grote met zorg uitgewerkte kaarten nog verschillende toelichtingen over de weg die met de aanleg van waterleiding in en buiten onze gemeente zal worden genomen.

Bij verdere toelichting zegt de heer Van Oldenborgh dat door een burgemeester een enquête was ingesteld waarbij bleek dat aangesloten gemeenten desgevraagd het geen van allen meer zouden willen missen. Dat zegt toch veel.

Voorzitter zegt: We zullen vandaag nog niet beslissen, doch het aanhouden tot de volgende vergadering. Dit wordt goedgevonden door de raad.”

 

9-9-1924. Nieuwe Hoornsche Courant

8 september 1924

In de raadsvergadering wordt er weer over de aanleg van de waterleiding gedebatteerd. “Voorzitter bespreekt aansluiting waterleiding waarover in B en W eigenlijk 3 meningen zijn: Ik zelf ben voor aansluiting; 1 wethouder wil niet aansluiten; 1 wethouder wil wel aansluiten, maar alleen dan wanneer er meer drang daartoe in de gemeente merkbaar is. De directeur van het Waterleidingbedrijf, de heer Van Oldenborgh, heeft de zaak zelve in ons midden reeds voldoende toegelicht. We zouden nu kunnen beslissen aansluiten of niet.

De heer Glas: Ik hoor daar, dat er een mening is bij een wethouder, dat er te weinig drang is in de gemeente.

De heer Schilder: Ik ben voor waterleiding om het grote voordeel dat er aan is verbonden.

Maar ik heb me afgevraagd hoe het nu moet, nu er geen een is, die voor waterleiding is. Men is onverschillig omtrent de zaak. Enkelen zijn zelfs tegen. Ik ben overtuigd dat men er niets voor voelt in de gemeente. Zolang ik die overtuiging heb, stem ik niet voor. Ook huiver ik bij de gedachte, dat men geen zekerheid heeft dat de tarieven later niet verhoogd zullen worden. Daarom ben ik nog niet voor

waterleiding. Komt er aandrang is men er voor in onze gemeente, dan zal ik voor stemmen. De heer Vijn: Ik ben wel voor waterleiding in zekere zin, als er vrije aansluiting werd toegepast. Drang tot aansluiting, uitgeoefend door het Provinciaal Bedrijf is mij een doorn in ’t oog. Wij worden waarlijk al genoeg geringeloord. Dat je moet aansluiten binnen zoveel meter – ik vind het Russisch.

De heer Glas: Ik heb in tegenstelling met wat de heer Schilder zei, mede te delen dat ik niemand sprak, die tegen de waterleiding is. De heer Vijn: Houd referendum!

De heer Glas vindt aansluiting werkelijk in ’t belang van de gezondheid van de ingezetenen. De heer Vijn zegt de dwingende bepaling omtrent aansluiten zo lelijk te vinden en heeft bovendien geen volkomen vertrouwen in het bedrijf en voorziet dat als de kosten verhogen we er niets aan zullen kunnen doen. 

De heer Glas vindt elektriciteit eerder luxe dan water. Spreker zou ingezetenen kunnen noemen, die deze stelling bevestigen.

De heer Portegies is tegen wegens de zware lasten die aansluiting kan medebrengen.

We hebben bij het PEN reeds onze lasten. Tariefsverhoging zou in de toekomst kunnen komen, wat ook niet prettig zou zijn.

De heer Bossen kan zich, alles overwegende, begrijpen dat B en W tegen aansluiting opzien.

Ook voor raadsleden is het een moeilijke zaak. Ik sprak echter aangeslotenen en van de 25 wilden 23 het niet missen. In de vorige vergadering is gesproken over het idee uitgifte waterbonnen. Dat vind ik te bonnig. Maar wel zou het kunnen dat de gemeente de aansluiting voor armen en onvermogenden voor haar rekening neemt.

De heer Glas: ’t Wordt de armen gemakkelijk gemaakt, daar 10 jaar over betaling gewerkt mag worden.

Voorzitter: Zeker, maar da’s duur! Beter is dan zoals Bossen daar zei.

Regenwaterbak

Mevrouw Hoek-Spaander zou in verschillende delen van onze gemeente een grote regenbak willen plaatsen voor watervoorziening. Dan zou er althans geen gebrek aan water zijn.

De heer Bossen vindt daar wel iets voor, maar door de grote drang van het Provinciaal Bedrijf tot aansluiting zal zulk ’n bak toch wel worden afgekeurd. Doel is wel, dat ongeveer de hele provincie aangesloten wordt.

De heer Groen vreest ook later verhoging van kosten als we eenmaal aangesloten zijn.

Voorzitter zegt, dat in naburige gemeenten waar waterleiding is, zou men die niet meer willen missen. Dat zij voorwaarden stellen, daarin hebben ze eigenlijk gelijk. De directeur van het Provinciaal Bedrijf zei me, dat zij Hoogwoud voor aansluiting – wat hun belangen betrof – best konden missen. Zij gaan immers reeds met de leiding van Spanbroek naar Hoorn en van Abbekerk en Twisk naar Medemblik. Ons – achterlijk gelegen als we in dat geval zijn – hebben ze niet nodig, al sluiten we nog in geen jaren aan. Maar ik vind aansluiting in het belang van de gemeente en ik stel aansluiting voor.

De wethouders bekijken ’t anders, de een is er helemaal niet voor.

De heer Vijn: Da’s niet waar! De bindende dwingende bepalingen wil ik niet.

Voorzitter: Die zullen er toch moeten zijn, De heer Glas is wel voor en vindt tegenstemmen erger dan voorstemmen. En

Hoogwoud komt eenmaal aan waterleiding. Je komt er niet van af. Tegenspartelen geeft niet. Men zegt: het water is goed – en drink jullie dan maar aftrekstel van vogeluitwerpselen!

De heer Vijn: En u, mijnheer Glas, u zei een week of vier geleden: ik sluit vast niet aan! De heer Glas: Ik sluit vast wel aan. Ik vind aftrekstel van vogelstr... niks mooi voor drinkwater!

De heer Vijn: Vier weken geleden sprak u anders.

De heer Glas: Ik sluit vast aan!

Voorzitter tot de heer Vijn: Maar u of anderen kunnen toch in een tijdvak van 4 weken ook wel eens een gewijzigde mening omtrent het een of ander krijgen.

Bij stemming of we zullen aansluiten zijn 5 tegen en 2 voor, dus besloten niet aan te sluiten. Tegen aansluiting waren: Mevrouw Hoek-Spaander en de heren Portegies, Schilder, Groen en Vijn. Voor aansluiting: Bossen en Glas.”

 

Aanleg leidingen naar de huizen op Marken

15 juni 1925

Na de raad van 8 september 1924 wordt er niet meer over de waterleiding gesproken. In die 9 maanden is er veel veranderd. “Voorzitter zegt dat nu bespreking waterleiding aan de orde is. Tot aansluiting daarbij zijn twee adressen ingekomen. Ten eerste een adres van de Vrijzinnig-Democratische Kiesvereniging, die met op één na algemene stemmen besloot de raad te verzoeken spoedig aansluiting bij de waterleiding tot stand te doen komen en aanleg geheel voor rekening van de gemeente te nemen, De gezondheid van mens en dier zal hierbij gebaat zijn.

Ten tweede een adres met tal van handtekeningen van ingezetenen, gericht aan de raad met verzoek om die maatregelen te nemen, waardoor adressanten aansluiting aan de waterleiding kunnen krijgen.

Voorzitter zegt: B en W hebben de zaak bekeken en we hebben onze persoonlijke meningen daarbij opzij geschoven en het algemeen belang in het oog gehouden. Er is een groot belang bij op het spel en vele ingezetenen verlangen naar aansluiting.

B en W stellen met algemene stemmen voor om aan te sluiten.

Voorzitter zegt dit voorstel met groot genoegen kenbaar te maken. De vorige maal was het college van B en W niet eenstemmig en werd gedacht dat meer drang uit de gemeente eerst moest komen. Nu is die meerdere drang er en doen B en W met algemene stemmen voorstel tot aansluiting.

Aanleg hoofdwaterleiding in Zuid-Holland

B en W stellen zich voor om de verordening hierbij soepel toe te passen.

De heer Vijn: Persoonlijk ben ik niet voor waterleiding en heb ik water genoeg. Maar gezien de vele handtekeningen is het wel een gemeentebelang en zodoende ben ik er voor. Alleen de verordening, die ons daarbij opgedrongen wordt, waarbij ieder binnen bepaalde afstand moet aansluiten is wel Russisch. Maar het Provinciaal Bedrijf zal zo wel moeten om fraude te voorkomen. Maar B en W stellen zich voor een soepele toepassing. De heer Schilder: Ik was eerst niet voor waterleiding, ik dacht dat men er weinig voor voelde in de gemeente. Nu zijn er velen uit alle standen die op het adres tekenden en nuzijn mijn bezwaren vervallen en ben ik voor aansluiting.

De heer Glas: Nu aansluiting wel verzekerd is ben ik er blij om welk een groot belang als aansluiting bij de waterleiding is. Ik zal niet in herhaling treden. Men is nu aan het bedrijf bezig en het kon zijn, dat als de Provincie niet meer er aan bezig is, dat men dan zo’n enkele gemeente eens laat blijven wachten. Ik hoop dat het gemeentebelang met aansluiting gediend is.

Uit het overzicht van Districtskantoor Hoorn

De heer Groen: Aanvankelijk was ik tegenstander maar ik sprak er die liever morgen als later waterleiding hebben en thans ben is er voor.

Mevrouw Hoek-Spaander vraagt of zij, voor wie het financiële moeilijkheid oplevert en die toch waterbehoefte hebben door de gemeente worden geholpen.

Voorzitter zegt nu nog geen toezegging daarvoor te kunnen doen, maar ik persoonlijk zou zo zeggen ja, hen wel helpen.

Handtekeningen onder het besluit tot deelname aan de waterleiding.

Mevrouw Hoek-Spaander: En als de 3 maandelijkse rekening komt en zo een kan niet betalen, wordt die dan dadelijk afgesloten?

Voorzitter: Neen, zo streng zal ’t niet zijn, dan helpt desnoods het Burgerlijk Armbestuur. Als zich zo’n geval voordoet, kunnen we zien, hoe we helpen.

De heer Bossen: Het standpunt dat B en W innemen is me aangenaam. Herhaalde malen is het voorstel al naar voren gekomen en dan was er een minderheid en een meerderheid. Nu is er eenstemmigheid en een meerderheid. Nu is er eenstemmigheid bij B en W’s voorstel en dat is mij aangenaam. Ik hoop dat de raad met algemene stemmen tot aansluiting besluit, dat is beter als 4 om 3 of zoiets, want dan is er aan de ene kant dwingend optreden. Mocht het voorkomen dat er eens één niet betalen kan, dan hoop ik dat B en W een ruim standpunt daartegenover zullen innemen.

Voorzitter: Ik breng namens B en W dank, dat de raad met algemene stemmen besluit tot aansluiting. In de verordening is nog op te nemen, omtrent nieuw te bouwen percelen binnen bepaalde afstand, dat die aangeslotenen moeten worden. Aansluiting kunnen we niet eerder hebben of de verordening moet eerst goedgekeurd worden.”

 

In de Schager Courant van 18 maart 1926 staat dat de aanleg van de waterleiding op maandag 22 maart zal beginnen in Aartswoud aan de Dijk.

Op 18 juni 1926 werd aan B en W bericht, dat de hoofdbuisleiding gereed was gekomen en dat inmiddels met de waterlevering in percelen van eigenaren een aanvang was gemaakt.

Op 31 december 1926 waren er 196 percelen aangesloten.

Op 17 april 1930 wordt de waterleiding geopend te Warder en zijn alle Noord-Hollandse gemeenten aangesloten bij het Provinciaal Waterleidingbedrijf. Het vereist daarna nog lange tijd voordat ieder huis in de onrendabele gebieden van de gemeente Hoogwoud is aangesloten.

 

Bronnen

- Geschiedenis Amsterdamse waterleidingduinen (internet)

- E-mail PWN d.d. 06-02-2020

- Alkmaarsche Courant 25-03-1920 / 23-07-1920

- Schager Courant 09-01-1924 / 13-02-1924 / 05-04-1924 / 09-09-1924 / 17-03-1925

- Helderse Courant 01-08-1925

- Schager Courant 18-03-1926 / 17-06-1926 / 04-08-1928 / 09-03-1929 / 01-11-1930

- Alkmaarsche Courant 18-04-1932 p.5

- Youtube.com Geschiedenis van PWN

 

 

 

 Website designed and build by

deanluma logo shade xsmall