Bullestiek De Gouw
Door Jan Bonenkamp
Van oudsher lieten de meeste veehouders om praktische redenen hun koeien bevruchten door de eerste de beste stier die in de omgeving beschikbaar was. Dit beleid was niet goed voor de kwaliteit van de veestapel. Feitelijk komt het kerk-bestuur van de Vrijzinnige Hervormde Gemeente Aartswoud de eer toe de aanzet tot een georganiseerde vorm van veefokkerij te hebben gegeven door het besluit uit 1760 om voor eigen rekening twee goede bullen te kopen en die te stallen in het Armenhuis. Er werd een bulloper aangesteld en in het voorjaar, als alle koeien in de wei liepen, maakte die twee keer per dag de ronde met één van de stieren om de tochtige koeien, hier ook wel stoeiers genoemd, te rijden of dekken (bevruchten).

Armenhuis Aartswoud in 1939. Links de stal, stier op het erf.
De bedoeling van het kerkbestuur was de boeren te doordringen van het belang van goed vee om het welzijn in de gemeente te bevorderen. De praktijk tot dan toe was dat de meeste bedrijven te klein waren om rendabel een goede eigen stier aan te schaffen en men behielp zich maar met wat voorhanden was of bij de buurman op het bedrijf aanwezig was. Met als gevolg dat er door inteelt veel otter- en buldogkalveren (mismaakte kalveren) geboren werden en er ook veel moeilijke geboortes plaatshadden. In het kerkbestuur zag men mogelijkheden om ‘vooruit te boeren’. De burgerlijke gemeente zag ook het nut van deze handelwijze wel in en richtte enkele jaren later een bullestiek op.
Het woord ‘stiek’ lijkt een typisch streekwoord. Jan Pannekeet schrijft in het Westfries woordenboek dat het woord zeer waarschijnlijk een variatie is van stek, verwant met het werkwoord steken.
Stek = spits toelopende paal die in de bodem werd gestoken ter afbakening van een bepaald gebied. Denk ook aan visstek. Hij geeft de volgende betekenissen:
- ‘Je hadde in de oorlog de Westfriese Stiek’.
- Vergelijk bullestiek.
- Het ie al ’n are stiek vonden?
- Karwei, koude, lange tocht. Ik heb ’n kouwe stiek had.
Pannekeet geeft natuurlijk ook: Bullestiek
- Vereniging van boeren die een of meer fokstieren houden.
- Rayon van stierenhouder.
- Plaats waar de stieren verblijven (Daar zie je overeenkomst met het woord stek).
De magistraten van de gemeente Hoogwoud, eenmaal doordrongen van de positieve invloed van veeverbetering, pakten gelijk goed aan, en benoemden twee ter zake kundige bestuursleden/ toezichthouders, de zogenaamde bulle-voogden. Dezen zochten een geschikt persoon wiens taak het was de stier(en) te verzorgen en rond te leiden.

Ets uit 1659 van Adriaen van de Velde naar een schilderij van Jacob van Ruisdael.
Om onaangename verrassingen te voorkomen werd er meteen maar een reglement opgesteld, waarin allerlei belangrijke regels en verplichtingen voor de stierenleider waren opgenomen.
In de archieven van de gemeente Hoogwoud vinden we een instructie voor de bulloper Evert Maartenz voor de bullestiek Oost Uyt te Hoogwoud uit 1764.
Vastgesteld door burgemeesters, schepenen en veertienen van Hoogtwoudt ende Aerdswoud, den 20 Maart 1764.
- Eerstelijk sal Evert Maartenz. de Bullestiek Oost Uyt, d.i. de Weere, de Gouwe en Kolk onder Hoogtwoudt ende Aerdswouder Gouw en Kolk selfs in persoon moeten bedienen (ziekte en andere Expresse beletzelen uytgesondert) met assistentie van een bequaam knegt.
- Sullen moeten bij continuatie gehouden worden twee Oude Bullen en Eén Hockelings Bul.
- Den Bullooper en syn knegt sal gehouden sijn alle dagen precys met de Bullen de geheele Stiek door te loopen na den Eysch – des morgens en des avonds beyden ten 4 uuren precies en dat in
alle ordentelykheydt de menschen en rijtuigen mitsgaders de straaten, kayen en voetpaaden alsmeede tusschen de slooten en de straaten myden-- op de Boete van een Daalder ten profyte van de Officier deser Steede, welke bekeuringen door ieder geloofwaardig persoon sal mogen werden gedaan, die op hun Eed geloofd sullen meriteeren en daar op Regt gedaan werden.
- De Loop sal syn des morgens en des avonds van Huys aff de Eene Bul bij de Gouwen, Aerdswoude om en voorsz Noords over terug, en de Tweede Bul de Zuyder Weere en Harderwyck en so weder na Huys geduurig blasende op den Hoorn.
- De Noorsz. Loop sal aanvangh neemen Jaarlyks met den 1e Mey en Eyndigen met den 10e Augustus, de menschen met alle beleefdheydt en civiliteyt behandelende sonder egter om de quaadaardige merkelijk te rugwaarts te keeren en ook wel op te passen dat de Bullen de straaten langs de weg, de hekken, den menschen als andersints niet beschadigen.
- Sullen de Bulloopers de Bullen op het land wel secuur vast moeten setten altoos soo verre van de weg af te blijven als Immers doenlijk is. Hem nooyt de Bullen op de weg los te laaten loopen, hetzij om te graasen offte andersintsnog te ergens vast te binden maar deselve continueel aan het touw te leyden.
- De Bullen sullen het geheele Jaar door ordentelyck worden besorgt van Gras en Hooy en alles het gunt van nooden is om in staat te syn. En sal het Rydloon blijven Tien Stuyvers Elken beest als van ouds, en niemand vermogen syn Koevee van een anderse Bul te laaten Reyden off ook selfs geen Bul moogen aanleggen off houden, om syn Vee daar van te laaten Reyden. Off sal egter in beyde gevallen het Rydloon aan desen Bullooper moeten betalen.
- Aldus geresolveert en gearresteert op den Steede Raadhuyse te Hoogtwoudt den 20 Maart 1764, present alle leeden, exempt de schepen Sybrand Cos.
Ter ordonnantie van Opgem. Regenten By mij Secretaris ondertekendt Jacs. De Goede
Het Aartswouder initiatief heeft geen lang leven gehad, maar wel navolging gekregen. Her en der werden wel bullestieken opgericht en werden voor gezamenlijke rekening één of meer beste stieren aangeschaft, met als doel op deze wijze te proberen de kwaliteit en (vooral) de productie van de melkkoeien te verbeteren. Zo had ieder dorp wel één of meer zogenaamde ‘bullestieken’. Een eerste vorm van georganiseerde veeverbetering in coöperatief verband.
Dit gebeurde vooral op gevoel en op zicht. Uit lezing van de notulen van vergaderingen van voogden en deelnemers blijkt regelmatig meningsverschil over kwaliteit van stieren in functie, bij de ene boer waren de fokresultaten soms beter dan bij de ander. Een ander nadelig punt was dat de stier doorgaans maar een korte ‘loopbaan’ had, waardoor betere dochters pas in beeld kwamen als het vaderdier al plaats gemaakt had voor een jongere bul. Een ouder beest kon wel gevaarlijk gedrag ontwikkelen in de omgang met zijn verzorger en men koos liever voor een jong dier. In de notulen staat ook, dat één van de bullopers bij een incident in zijn werk een oog moest verliezen en arbeidsongeschikt werd.
De bullestiek bestond uit het zogenaamde bullenhuis: het pand waarin de stieren van de bullestiek stonden gestald en waarin de bulloper met zijn gezin was gehuisvest, met daarbij een stuk land waar de stieren ’s zomers geweid werden en waar de wintervoeding werd gewonnen.
De bullestiek van de Gouw is al oud
De Ooster Bullestiek werd volgens raadsnotulen van de gemeente Hoogwoud opgericht in het jaar 1856. In de oudst bewaard gebleven documenten van de vereniging lezen we dat in 1875 een zekere Oudje Dam werd benoemd tot bulloper, met een salaris van f 130,-- per jaar, plus vrij wonen in het bullenhuis.

Kwitantie aflossing obligatie van de bullestiek, 1861
Meestal werden door burgemeester en schepenen de zogenaamde bullenvoogden benoemd, als dagelijks bestuur voor de stierenvereniging. Dezen op hun beurt stelden een bulloper aan.
Het stuk weiland, waarop de stieren in de zomermaanden de kost kregen, was in de regel eigendom van de gemeente. In vele dorpen ligt als enige herinnering aan het bestaan van een bullestiek nog wel een stuk land dat als het bullenland bekend staat. De Ooster Bullestiek echter had het land in eigendom.
In januari 1924 werd het regelement van de Ooster bullestiek, zoals dat op 22 december1856 was opgesteld, door belanghebbenden, in vergadering bijeen in café ‘de Otter’, gewijzigd, goedgekeurd, opnieuw vastgesteld en ondertekend, te weten door de heren K. Slagter, Jb. Boon, G. Glas, K. Braak, G. Vijn, J. Hartog, D. Kooijman, P. Kuiper, P. Slijksteeg, H. Slotemaker, F. Smit, Joh. Appel en J. van der Molen.
Het reglement behelsde voornamelijk artikelen die rechten, plichten, verantwoordelijkheden, taken en wijze van verkiezing van de beide bullevoogden betroffen. Dezen werden hier dus door de leden van de vereniging gekozen. Verder beschreef het de rechten en verplichtingen van de aangesloten veehouders en een omschrijving van de taak van de stierenleider. Deze zal in de maanden mei tot en met juli ’s morgens en ’s avonds gedurende de melkerstijd de ronde doen met één van de stieren langs alle aangesloten veehouders van de stiek, en steeds bij alle adressen een hoornsignaal geven, waarop een lid kan aangeven dat hij de stier nodig heeft.

Artikel uit het Almelo's Dagblad 1943
Opkomst van de rundveefokverenigingen
Konden de stierenverenigingen bogen op tradities uit oude tijden, er kwamen inmiddels ontwikkelingen op gang die de melkveefokkerij in versneld tempo vooruitbracht. Vanaf 1896 werden, eerst in Hoogkarspel, en in navolging ook in andere plaatsen rundveefokverenigingen opgericht.
Ook in ‘Aartswoud en omstreken’ zagen vooruitstrevende mensen het belang van die moderne aanpak en richtten in de winter van 1913-1914 deze plaatselijke vereniging op. Op wetenschappelijke wijze werden gegevens verzameld van individuele runderen. Dat gebeurde door de melk per dier te onderzoeken. De hoeveelheid werd gemeten, maar ook de gehaltes vet en eiwit in de geleverde melk, wat belangrijk was voor de kaasmakerij. Dit was het werk van aan de Zuivelschool in Hoorn opgeleide en gediplomeerde melkcontroleurs. Meten is weten!
Zo kon met de controlerapporten in de hand worden vastgesteld hoe de koeien produceerden. Daarbij werd door stamboekinspecteurs uiterlijk en bouw van de dieren beoordeeld. Dit samen bepaalde de fokwaarde van een melkgevende koe.
Van nog meer belang was het om beste stieren te selecteren. Zij zouden namelijk grote aantallen nakomelingen gaan verwekken. Allereerst moest hij een beste koe als moeder hebben. Jonge stieren moesten zich dan nog eerst bewijzen als proefstier; ze mochten een maximum aantal van 500 koeien bevruchten. Daarbij hielp het dat inmiddels het kunstmatig bevruchten goed lukte. Het dier kreeg voorlopig de kwalificatie ‘wachtstier’, waarvan wel sperma gewonnen en ingevroren werd om dat eventueel later in te kunnen zetten.
Na ongeveer 3 jaar begonnen zo’n 200 vaarzen van zijn nageslacht melk te produceren. Als die goed voldeden, of liever nog: verbeterden ten opzichte van hun moeders, werd de stier goedgekeurd en volledig ingezet in de fokkerij. Zo kwam de melkveehouderij stap voor stap tot steeds hogere prestaties. Verschillende deelnemers van de Ooster bullestiek zagen het belang en maakten gebruik van de expertise van de rundveefokvereniging.
Hoe dat in onze dorpen ging is door Cees de Boer beschreven in het artikel Rundveefokvereniging Aartswoud en omstreken, in het jaarboek van 1999 van Stichting Hoochhoutwout.
De opkomst van kunstmatige inseminatie bij het rundvee
In de jaren veertig van de vorige eeuw kwam het kunstmatig insemineren van het rundvee in zwang, zodat het niet meer nodig was dat de stier zelf op pad hoefde te gaan om de tochtige koeien te bedienen. Bij de coöperatieve vereniging voor K. I. ‘De Vooruitgang’ in Sijbekarspel, gestart in 1947 met 75 leden met samen 1100 koeien, stonden tot in de jaren 80 van de vorige eeuw achttien geselecteerde stieren uit beste koefamilies in ruime boxen met buitenstal.
Dieren die konden bogen op een prima afstamming en die er het hunne toe hebben bijgedragen dat de melkproductie van de koeien werd opgevoerd. Ze werden voorzien van goed voedsel en besprongen op gezette tijden een kunstkoe, een met koeienhuid bekleed apparaat, met daaronder een persoon die een namaakschede manipuleerde, en doneerden daarin hun bijdrage voor tochtige koeien in de omtrek.
Het sperma werd onderzocht, sterk verdund, en in een groot aantal rietjes ingevroren. Veefokkerij werd van een plaatselijk ommetje met de stier eerst nog wel regionaal, maar later na fusies tot een nationaal bedrijf en ontwikkelde zich tot een ‘levendige’ uitwisseling van genetisch materiaal van rundvee over heel de wereld.
Het is te begrijpen dat toen eenmaal het gemak van kunstmatige inseminatie werd ingezien, de tijd van de bullestieken snel voorbij was. De stier kwam van toen af gemotoriseerd op de boerderij, in een rietje.

Veebeoordeling op het bedrijf van George Deken in Hoogwoud.
Vlnr. C. de Waal instructeur uit Beemster, Cees de Boer uit Aartswoud, Piet Oomes uit de Weere,
Cor Timmerman uit Benningbroek en Aris Appel uit Hoogwoud.
Wij, jongens, stonden er met onze neus bovenop. Een verchroomde pijp met een handvat ging deels bij de koe naar binnen, uit een dampende bus met ijskoude vloeibare stikstof kwam een rietje, een lampje aan een stokje zorgde voor wat inwendig licht en dan werd het rietje op de juiste plaats leeggespoten. Als het goed gebeurd was, mocht je negen maanden later helpen het kalfje geboren te laten worden.

Insemineren van een koe
Vanuit Opmeer kwamen we nog wel tot in de jaren 80 van de vorige eeuw regelmatig Jaap van Diepen tegen, die met zijn bul in een klein veewagentje achter de trekker op weg was naar boeren, die om bepaalde redenen kozen voor natuurlijke dekking voor hun koeien, bijvoorbeeld bij dieren die moeilijk drachtig te krijgen waren.

Reindert Grippeling in 1920
Bullopers
Na eerdergenoemde Oudje Dam, die als stierengeleider gelopen heeft tot 1899, lezen we in de notulen dat als zijn opvolger P. Nierop werd benoemd. Deze zegt zijn betrekking eind 1904 op, zijn opvolger wordt Jn. Kaijer uit Hoogwoud. Uit de notulen van 1910 blijkt dat wordt gedacht over het laten verzekeren van de stierleider tegen ongevallen in die functie. Niet zonder reden!
In de notulen van 1911 stelt K. Slagter voor om voormalig bulloper P. Nierop ‘een cadeau of anderszins te geven, daar hij bij een ongeluk in betrekking een oog heeft verloren’. De vergadering besluit 10 gulden te geven ‘ter bestrijding der noodzakelijke kosten’. In 1908 wordt na sollicitatie door meer kandidaten, benoemd Caspers Blom uit Wijkeroog, gemeente Velsen.
Al vóór de eeuwwisseling ervaren steeds meer veehouders in de Weere nadelen van de grootte van het rayon. Zij beginnen dan een eigen bullestiek met als stierenleider Kees Klaver. Kleinzoon Joop Klaver heeft van Cees Modder, uit diens fotoarchief, een stoere afbeelding van een bulloper uit die tijd gekregen.
Hij herkende daarin echter niet zijn grootvader. Na wat speurwerk bleek dat de opvolger van zijn grootvader, Reindert Grippeling, te zijn geweest. Hij staat trots in beeld met zijn beste stier, waarschijnlijk op eigen erf, waar we ook een deel van een kippenhok en een duiventil zien.
Dat was een moeilijke periode voor de Ooster bullestiek. Men besloot met één stier door te gaan en alleen de Gouw te lopen omdat daar de deelnemers boerden. Maar er kwamen weer betere tijden voor de stiek.

Arie Wit
Eén naam is onverbrekelijk verbonden aan de geschiedenis van de bullestiek van de Gouw. Dat is de naam van Arie Wit: de man die op 13 januari 1915 tot bulloper werd benoemd en op 26 november 1954 met de bronzen eremedaille van de Orde van Oranje-Nassau op zijn borst afscheid nam. Een blijk van waardering die hem méér dan toekwam! Bijna 40 jaar liep Arie Wit in de zomermaanden twee keer per dag met de stier zijn rondje; een totale afstand van ongeveer 50.000 kilometer.
In de regel maakte hij zijn rondje onder melkerstijd. Met de toeter kondigde Arie zijn komst aan en de veehouder behoefde alleen zijn hand maar op te steken en Arie wandelde met de stier het weiland in.
In zijn ‘loopbaan’ van 40 jaar heeft hij met meer dan zestig stieren in de zomermaanden twee keer daags de ronde in zijn stiek gedaan zonder dat noemenswaardige ongelukken gebeurd zijn, terwijl hij zich heeft doen kennen als een man die vriendschappelijk met de aan zijn hoede toevertrouwde dieren is omgegaan, zonder de veiligheid uit het oog te verliezen. De zweep was wel altijd mee, maar deze werd gebruikt om passanten te groeten, om de vliegen van de stier te verjagen of ook wel om het dier te strelen. In zijn latere jaren werd Arie regelmatig bijgestaan door zijn zoon Cor, die hem na zijn afscheid in 1954 als stierenleider opvolgde.

Arie Wit, 40 jaar bulloper
Werd de boer in zijn werk eerder begeleid met natuurgeluiden, zingende vogels, kwakende kikkers, met de invoering van het machinaal melken, in 1949 kwam bij P. Slagter de eerste melkmachine, overstemde de motor van het apparaat de toeter van de bulloper, die dan natuurlijk rustig met zijn stier voorbij wandelde, terwijl zijn komst gewenst was. In eerste instantie dacht men dat probleem op te lossen door aan een lange paal in het land een juten zak te hangen als uitnodiging voor de bul, maar het bestuur besloot meteen maar over te stappen op een modern communicatiemiddel. Het bullehuis werd in 1962 voorzien van een telefoonaansluiting, zodat de leden van de bullestiek hun bestellingen vooraf aan de bulloper konden opgeven.

Cor Wit
Stieren
In de periode 1880-1890 is er lucratieve Amerikaanse belangstelling voor de Nederlandse melkveefokkerij en dat raakt ook hier bekend. Het belang van geregistreerde productiegegevens is voor deze handel essentieel. In de bijeenkomsten van de leden van de Oosterbullestiek werd vanaf die tijd steeds wel gesproken over de aanschaf van stieren van wie de moeder productiegegevens kan laten zien.
Ook is er steeds meer animo om stieren in te laten schrijven in het Nederlands Rundveestamboek of het Rundveestamboek Noord-Holland, met een voorkeur voor het laatste.
Genoemd wordt in 1884 een stier van weduwe Koorn uit Zwaag, met beste tekens (uiterlijke kenmerken waardoor kenners kunnen zien dat de kans groot is dat de nakomelingen geschikte melkkoeien worden), en ouders, ingeschreven in het rundveestamboek Noord-Holland en een stier van Pijper uit Opmeer, die al ingeschreven is, welke mededeling door de vergadering met instemming wordt ontvangen. Ook in latere jaren komt regelmatig aan de orde, dat belang gehecht wordt aan goede afstammingsgegevens.

Advertentie Gerrit Stapel
We vinden geen beroemd geworden stieren bij de Oosterbullestiek; vóór de bul zijn kwaliteit had kunnen bewijzen was hij alweer afgevoerd. Nee, een landelijk bekend geworden Pan-stierenfamilie, zoals Gerrit Stapel uit Lambertschaag wist te fokken, is uit de Oosterbullestiek niet voortgekomen. De stieren die Stapel destijds fokte, hebben wél grote betekenis gehad voor de Nederlandse melkveefokkerij. Het zegt genoeg dat zelfs de Koningin in die tijd het fokbedrijf heeft bezocht. Stapel was lange tijd voorzitter van de KI vereniging ‘De Vooruitgang’ in Sijbekarspel. Als we over het Pannenpad fietsen, mogen wij ons wel realiseren dat we voor een deel langs de landerijen rijden, die destijds in het bezit waren van de familie Stapel, van de Pan-stierenfamilie!
De opheffing
De laatst actieve bullestiek, de ‘Ooster stierenvereniging te de Weere’, is op 1 mei 1966 opgeheven. Enkele jaren eerder was er nog de overtuiging dat de betere bevruchtingspercentages van de natuurlijke dekking boeren genoeg reden zouden geven om de stiek trouw te blijven, maar bleek toch de één na de ander voor kunstmatige inseminatie te kiezen. Tevens schakelden enkele leden over op een andere agrarische tak. Toen dan ook nog in 1963 een bedrijf wegviel door een sterfgeval, zag men wel in dat de vereniging zo niet verder kon.

Advertentie verkoop Bullehuis
Besloten werd dat de tien leden, met ongeveer 200 koeien, die van november 1964 tot en met november 1965 nog gebruik gemaakt hadden van de stieren, zouden delen in de lusten en de lasten van de vereniging. Dat betrof de opbrengst van de verkoop van de dienstwoning aan Cor Wit, de openbare verkoop van 1,6 hectare land en het bedrag dat de twee stieren zouden opbrengen. Het dekgeld was eerder al op de ‘uitverkoopprijs’ van 1 gulden gesteld, zodat er weinig geld in kas was. Zo kwam er in 1966 definitief een eind aan een door de tijd ingehaald gebruik in de veehouderij. ‘Of men het hoofd al biedt, de tijdgeest keert men niet’, zei mijn vader vaak.

Aankondiging verkoop inventaris
