Stichting Hoochhoutwout biedt u het heden en het verleden van de (vroegere) gemeente Hoogwoud (Hoogwoud, Aartswoud, De Langereis, De Gouwe, De Weere). De Stichting Hoochhoutwout heeft als doelstelling om de (vroegere) gemeente Hoogwoud in al haar facetten te belichten.

De families Schilder en Stroet

Door Jan Schilder, Annette Koning-Schilder en Nico Schilder

Deel 1

De afgelopen jaar of vijf zijn wij bezig geweest om onze familiegeschiedenis uit te zoeken en op te schrijven. We waren benieuwd wie die mensen waren, maar ook wat ze deden, wat ze beleefden en hoe ze hun leven inrichtten. We volgden hierbij de directe lijnen van onze grootouders Jan Schilder en Anna Stroet. Zij woonden een groot deel van de 20ste eeuw met hun gezin aan Koningspade 8 in de boerderij ‘Hoeve Willem II’.

Onze zoektocht resulteerde vorig najaar in een boek van ruim 100 pagina’s, dat we aan onze familieleden hebben gepresenteerd op de familiereünie.

 

Jacob Schilder en Betje Duijn

 

Familie Schilder

De oudst bekende Schilder is Jacob die met zijn vrouw Geert Claes in de gemeente Berkhout woonde. Jacob kan daarom als stamvader van de familie Schilder gezien worden. Jacob is geboren rond 1680 en is kort voor 1702 getrouwd met Geert Claes. Waarschijnlijk woonde het gezin van deze Jacob in de Zuidermeer op ‘Het Papennest’.

Klaas Stroet en Cornelia de Wit

Na stamhouder Jacob hebben nog enkele generaties Schilder op Het Papennest gewoond. De laatste Schilder op het Papennest was Alida Schilder. Zij was getrouwd met Jan Entius. Zij zijn de grootouders van de huidige bewoners de familie Duijn. Alida’s neef Jacob trouwde met Elisabeth (Betje) Duijn. Jacob was de vader van Jan Schilder, onze opa.

 

Jacob Schilder

Jacob is op 30 augustus 1861 geboren in de Beemster en kwam in 1875 met zijn familie in de Wogmeer (gemeente Spierdijk) wonen.

Hij trouwde met Elisabeth Duijn op 24 april 1885. Als pas getrouwd echtpaar betrokken zij een boerenplaats in de Tropweere, gemeente Hoogwoud. Daar werden ook de twee oudsten van de veertien kinderen geboren, Catharina en Willem. Jacob en Elisabeth hebben niet lang in de Tropweere gewoond. Twee jaar na hun vertrek uit de Wogmeer keerden zij er terug. In augustus 1887 vestigden zij zich in het Hensbroeker deel van de polder.

Twaalf van de veertien kinderen van Jacob en Elisabeth zijn geboren in de Wogmeer, onder wie Jan en Cornelia (Kee). Jan en Kee zouden gaan trouwen met Anna en Piet Stroet.

 

Familie Stroet

De oudst bekende Stroet is ene Simon Gerritszn die in de eerste helft van de 17de eeuw verhuisde van Stroet naar de omgeving van Nieuwe Niedorp.

Enkele generaties later belandde Pieter Willem Stroet in Hoogwoud als boerenknecht bij het gezin van Trijntje Wiering en Jacob Veenboer. De familie van Veenboer was afkomstig uit Berkhout.

Ergens na 1830 zijn ze naar Hoogwoud verhuisd. Mogelijk had het gezin geërfd uit de familie van Trijntje. Zij was namelijk de enige erfgenaam na het overlijden van haar vader en de erfenis stelde hen mogelijk in staat de boerderij te kopen in Hoogwoud op de Koningspade. Bij de familie Veenboer was veel verdriet binnen het gezin. Van de acht biologische kinderen overleden er zes op zeer jonge leeftijd.

Zij hadden een ‘thuishaalder’ in huis, Geertje. Waar Geertje precies vandaan kwam is onduidelijk; mogelijk was zij kind van overleden familieleden.

Pieter Stroet en Geertje kregen wat met elkaar en trouwden op 9 mei 1845. Ze kwamen waarschijnlijk te wonen in het werkmanshuisje naast de boerderij. Twee jaar na het huwelijk van Pieter en Geertje overleed vader Jacob Veenboer. Geertje erfde de boerderij na het overlijden van haar (stief)vader.

Zo is Pieter door de erfenis van Geertje zelfstandig boer geworden.

Hij kwam in het bezit van een betrekkelijk grote boerderij met 28 hectare land aan de Koningspade in Hoogwoud.

Het paar kreeg daar zes kinderen. De jongste daarvan was Nicolaas (Klaas). Klaas trouwde met Cornelia (Neeltje) de Wit uit ’t Zand (gemeente Zijpe). Het stel woonde aanvankelijk in de gemeente Zijpe, waar Klaas waarschijnlijk boerde als zetbaas op een van de boerderijen van de omvangrijke familie de Wit, mogelijk zelfs op de boerenplaats van zijn schoonmoeder Anna de Wit-Strooper.

De oudste twee kinderen van Klaas en Neeltje, Piet en Anna, werden in de Zijpe geboren, respectievelijk in 1892 en 1894.

Later verhuisden ze, waarschijnlijk na de verkoop van het onroerend goed van de moeder van Neeltje, naar Graft. Daar kwam Geertruida (Geertje) ter wereld in 1897. Het officiële beroep van Klaas was landman.

Na het overlijden van vader Pieter Stroet in 1905 ging het gezin van Klaas en Neeltje weer in Hoogwoud wonen in het ouderlijk huis aan de Koningspade. Moeder Geertje woonde waarschijnlijk bij hen in. Het boerenbedrijf van vader Pieter werd voortgezet.

Klaas beschikte toen over de 28 hectare land van zijn vader. Maar het perceel was heel lang en betrekkelijk smal. Het liep tot aan de Korte Langereis. Waarschijnlijk om wat geld te hebben om zijn bedrijf te starten, verkocht Klaas het verste deel van zijn land aan boer Rinkel aan de Langereis. Voor zichzelf hield hij ca. 21 hectare over. In Hoogwoud bemoeide Klaas zich nadrukkelijk met het maatschappelijk leven. Hij was onder andere betrokken bij de oprichting van zuivelfabriek ‘Aurora’ in Opmeer. Als enige katholiek nam hij zitting in het ‘Voorloopig Bestuur’.

In het belang van het algemeen was Klaas enkele jaren hooisteker.

Ook werd hij een van de armenmeesters van de katholieke kerk. Zijn vader Pieter vervulde die functie ook al. Pieter en Klaas hadden beiden langere tijd zitting in het armbestuur.

Donkeromlijnd tussen De Pade en de Korte Langereis ligt het land van Klaas. 
Het deel bij de Langereis (hier wat grijzer) verkocht hij aan Rinkel.

Het zal hun sociale inslag zijn geweest dat ze deze functie bleven vervullen. Armenmeesters waren vaak middelgrote boeren.

 

De familie Schilder-Stroet

Anna Stroet trouwde met Jan Schilder uit de Wogmeer. Haar broer Piet trouwde met een zus van Jan, Cornelia (Kee). Het was dus een dubbele familie. Ze zijn ook samen op dezelfde dag getrouwd. Er werd één feest gevierd.

In het midden van de foto staat het huisje waar Jan en Anna gingen wonen en waar later door Klaas Stroet de kapberg tegenaan is gebouwd.

De boerderij daarachter is Koningspade 8. Rechts de spoorlijn Wognum-Schagen.

Het gezin van Klaas Stroet en Neeltje de Wit en hun kinderen Anna (onze oma), Piet en Geertje, ca. 1905.


Piet, Geertje en Anna Stroet, ca. 1912.

Toen Jan en Anna en Piet en Kee (Cornelia) trouwden, stopte opa Klaas Stroet met boeren en ging rentenieren. Het bedrijf werd gesplitst, zie verderop.

Klaas had inmiddels een woning laten bouwen vlakbij de katholieke kerk in Hoogwoud waar hij met zijn vrouw Cornelia, Neeltje, en hun dochter Geertje in trok. Opa Klaas Stroet heeft aan het Zuideinde gewoond tot 1928. In 1926 overleed Neeltje de Wit, oma Stroet. Opa Klaas bleef achter met zijn dochter Geertje. In augustus 1928 trouwde Geertje met Jan Hermes uit Schermerhorn.

De Koningspade rond 1910

Vader Klaas verkocht zijn huis en trok in bij het gezin van schoonzoon Jan en dochter Anna aan de Koningspade.

Eind jaren 30 is Klaas Stroet verhuisd naar het bejaardenhuis Sint Martinus in Medemblik. Hij kwam tegenover zijn zoon Piet te wonen.

Rentenierswoning bij kerk

Bij zijn overlijden in 1950 is hij opgebaard geweest in de boerderij aan de Koningspade. Hij ligt begraven in het familiegraf op de rooms-katholieke begraafplaats in Hoogwoud.

 

Bedrijf gesplitst

De echtparen, Piet Stroet-Kee Schilder en Jan Schilder-Anna Stroet, wilden gaan boeren. Vader Klaas Stroet besloot daarop zijn bedrijf in tweeën te delen. Zoon Piet en schoonzoon Jan kregen ieder een deel van het bedrijf. Zoon Piet kreeg een groter stuk dan schoonzoon Jan (kennelijk moest er toch verschil zijn).

Piet en Kee kregen het ouderlijke huis. Jan en Anna gingen wonen in het werkmanshuisje dat bij de boerderij hoorde. Daar werd een kapberg tegenaan gebouwd. In dat huisje zijn Bets, Niek en Jaap geboren. Van de huur die beide boerderijen opbrachten konden Klaas en Neeltje Stroet rentenieren.

Het land van Stroet werd verdeeld over Piet Stroet en Jan Schilder. 
Piet kreeg het noordelijke deel met de boerderij en Jan het zuidelijke deel.

 

Piet Stroet pachtte 12 ha van zijn vader en Jan Schilder 9 hectare. Ze hielden er 9 en 7 koeien. Piet had 3 ha bouw en Jan 1,5 ha. Opmerkelijk is dat Piet drie paarden hield en Jan een gewoon en een jong paard, wat verwijst naar hun liefhebberij voor paarden. Verder hadden ze wat varkens, jongvee en schapen.

Het werkmanshuisje waar in 1916 de kapberg tegenaan is gebouwd, de eerste boerderij van Jan Schilder en Anna Stroet. 
De foto is van wat latere tijd. Buurvrouw Vriend en haar hulp zijn bezig met de voorjaarsschoonmaak. 
Op deze plek staat nu de woning van de familie Appel, Koningspade 7.

De gezinnen hadden een bestaan om mee rond te komen, maar daar was het ook wel mee gezegd.

De twee gezinnen trokken veel met elkaar op. Kinderen speelden met elkaar en gingen samen naar school. De mannen hielpen elkaar op hun boerenbedrijven.

De twee boerderijen aan de Pade (foto begin jaren 50).

In 1916 werd de LTB-afdeling Hoogwoud-Opmeer opgericht. Jan Schilder werd daar de eerste voorzitter van.

Als gevolg hiervan liep Jan jarenlang met het LTB-vaandel in processies in de Sint Jans Geboorte. Op initiatief van de LTB richtten zwagers Piet en Jan in het laatste oorlogsjaar 1917 de ‘Dorschvereeniging Hoogwoud’ op. Dus buiten het bestieren van hun eigen bedrijf werkten Jan en Piet ook als loondorsers.

Jan en Piet maakten reclame voor hun diensten in 1919 en 1920:

30 juli 1919                             21 juli 1920

Samen met Hannes Groot gingen ze met hun dorsmachine de boeren langs in de hele omgeving, van Aartswoud tot helemaal naar Zuidermeer. De machine werd aangedreven door een stoommachine en het hele spul werd getrokken door paarden.

Toen Piet Stroet enige jaren later stopte met zijn boerenbedrijf, zette Jan Schilder het loonbedrijf gewoon voort, maar nu alleen met zijn vriend Hannes Groot. Zij bezaten inmiddels een driewielige tractor met een tweecilinder petroleummotor die de volledige dorsmachinecombinatie kon trekken en aandrijven. Ook kon er een wentelploeg achter en andere werktuigen. Ze voerden voor veel boeren allerhande werkzaamheden uit.

Hannes Groot, 1935

De trekker kwam uit Frankrijk, maar na enig speurwerk zijn we erachter gekomen dat het een Amerikaanse trekker is geweest, een Bull.

Het werken met een tractor ging niet altijd goed. 
Op een dag raakte die met dorsmachine en al te water in de sloot langs De Boekel (nu Burgemeester Hoogenboomlaan).

 

Hongaarse pleegkinderen

Het donkere meisje is Margaret Leicht. Zij was een van de ongeveer 150.000 Hongaarse kinderen die na de Eerste Wereldoorlog voor een vakantie bij Nederlandse pleegouders terecht kwamen. Nationale hulporganisaties, zoals het Nederlands Rooms Katholiek Huisvestings Comité regelden de vakanties. De Hongaarse kinderen waren ondervoed en sterk verzwakt vanwege de ellendige situatie in het land van herkomst. Er kwamen vooral meisjes naar Nederland, omdat de voorkeur van Nederlandse pleegouders daarnaar uitging. Er kwamen kinderen van 4 jaar, maar ook van 19 jaar. De meesten waren tussen de 8 en 13 jaar oud.

 

Piet Stroet stopt met boeren

In 1922 liet het zich al aanzien dat het niet zo lukte met het boerenbedrijf van Piet Stroet. Uiteindelijk besloot Piet in 1925 het boeren echt voor gezien te houden.

Het gezin van Piet en Kee was inmiddels al naar Medemblik verhuisd, waar Piet een aardappel- en groentehandel annex transportbedrijf was begonnen. Er werd een boelhuis georganiseerd en het boerenbedrijf werd beëindigd.

 

Jan en Anna boeren verder

Na de verhuizing van Piet en Kee betrokken Jan en Anna het ouderlijke huis en gingen boeren op het land dat Piet aanvankelijk in gebruik had. En er kwam een herverdeling van het land. Zo kregen Jan en Anna er 1,5 ha bij.

Foto van het jonge gezin van Jan en Anna met hun eerste twee kinderen Bets en Niek, en daarachter Margaret Leicht, ca. 1922.

De beide percelen werden elk 10,5 ha groot. Op de lange regel van de boerderij was plaats voor 18 dieren (9 stallen). Er werd gekookt op het achterom achter de koeien. ’s Zomers was dat ook de plek om te wonen. Daar was ook een open haard, dus op koudere dagen kon er gestookt worden.

 

Begin jaren 30 verbouwde Jan de eerste twee stallen tot keuken. Er bleven dus 7 stallen over, plek voor maximaal 14 dieren. Jan zal ongeveer 10 koeien hebben gemolken in die tijd. Dit aantal koeien is wat weinig voor 10,5 bunder land. Hij zal ook een stukje bouwland aangehouden hebben. Net als zijn schoonvader werd Jan voor de brandverzekering controleur op hooibroei; hij werd hooisteker. Het huis met de kapberg waarin zij hadden gewoond met de overige 10,5 bunder land werd door vader Klaas Stroet verhuurd aan Hil Konijn.

Eind 1929 zegde Klaas de huur op van de familie Konijn en verkocht zijn tweede boerderij aan Jan Vriend. Jan Vriend en zijn gezin zijn jarenlang buren gebleven van de familie Schilder.

 

De jaren 30

Het gezin van Jan en Anna was niet verzekerd bij een ziekenfonds. Als de dokter of het ziekenhuis nodig was dan moest je dit allemaal zelf betalen, vandaar dat oma Schilder een uitgebreide huisapotheek had met vele huismiddeltjes voor allemaal kwaaltjes en verwondingen: Zuiveringszout: tegen oprisping, ergerlijke boeren en bij urineklachten.

Haarlemmerolie: bijna overal voor te gebruiken, ’t meest bij verkoudheid, kou op de borst etc.

Spenenzalf/zinkzalf: verzachtend bij schaafwonden en brandwonden.

Aspirine: in kokertjes van dun glas, werden vaak samen gebruikt met uitwendige middeltjes.

Levertraan: werd de hele winter door gebruikt. Een eetlepel per dag met een beetje suiker.

Staaldrop: bij verkoudheid en om dropwater van te maken tegen hoest. Honing en pepermunt: bij keelpijn. Alle Schildertjes hadden daar last van.

Warme slaolie: bij oorpijn en ontstoken oogleden, tegen brandnetelblaren en jeuk. Talkpoeder: bij het doorlopen en blaren op je voeten. Het verband werd gemaakt van de nog goede delen van oude katoenen lakens in allerlei breedtes en lengtes. Er werd ook een koolblad of een lapje spek op een wond gelegd.

Thuis werd ook alle tarwebrood, krentenbrood, krentencake, cake, speculaas en soms koekjes zelf gebakken. Het beschuit, roggebrood, wittebrood, ontbijtkoek etc. kwam van de bakker.

Er werd doordeweeks aardappelen met groenten (van eigen tuin) en een stukje vlees (eigen slacht) gegeten.

Koningspade 8

Er stonden ook peulvruchten, pannenkoeken of boffers op tafel. In die jaren was de Koningspade een hechte gemeenschap, ondanks de verschillende geloofsovertuigingen. Ze hielpen elkaar daar waar hulp nodig was, zoals bij ziek en zeer, het werk op het land, oppassen op elkaars kleine kinderen. De buurkinderen speelden meestal bij de familie Schilder op het erf. Ze speelden dan schuilzoeken, tikkertje, langetoppen, springtouwen, voetballen, honk-ballen enz. Ook werden er kermissen opgezet met zelfgemaakte kramen, speeltoestellen, schommels, wip, slingertouw, ballengooierstent enz. Toneelvoorstellingen werden er ook gegeven met zelfgemaakte teksten en liedjes; entree was één cent. Oma Anna Schilder hield heel erg van sketches en stukjes bij huiselijke feestjes en bij bruiloften. Opa Jan Schilder had samen met verschillende buren kaartrondjes, zij speelden dan pandoer.

Dokter Pool in 1927.

Anna Schilder-Stroet was jarenlang de vaste assistent van dokter Pool bij vele geboortes in Hoogwoud. En het maakte niet uit van welke gezindte iemand was. Een kindje moest geboren worden en Anna was er zeer bedreven in om dat tot een goed einde te brengen.

Het gezin van Jan en Anna in 1935. Niek, Piet, Anna Stroet, Opa Klaas Stroet met Nelie, Jan Schilder met Wim, Bets. Jan en Jaap.

 Website designed and build by

deanluma logo shade xsmall