Petrus Brakeboer
De naam die vele jaren ontbrak op het oorlogs-monument van de gemeente Spanbroek
Door Bep de Haan-Appel
Op het oorlogsmonument in Spanbroek staan de namen van alle Spanbroeker slachtoffers vermeld, die gevallen zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze lange lijst met namen is jarenlang onvolledig geweest. Een man die barmhartigheid stelde boven zijn eigen veiligheid, was bij de officiële instantie van zijn dorp in de vergetelheid geraakt. Wie was dan deze man en waarom was men zijn naam vergeten?
In 2005 hadden de twee historische verenigingen binnen de gemeente Opmeer het plan opgevat om gezamenlijk een uitgave te doen over de oorlogsjaren.
Het was 60 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog beëindigd was en wij weer in vrede konden leven.

Petrus Brakeboer
Verhalen over die periode waren er genoeg en wij vonden het van groot belang die verhalen te bundelen in een nieuwe uitgave.
In 1995 hebben wij als Stichting Hoochhoutwout voor de eerste maal geschreven en gepubliceerd over de Tweede Wereldoorlog. Al gauw bleek dat er nog veel verhalen onder de mensen leefden. Verhalen die ons later ter ore kwamen. Om een zo compleet mogelijk overzicht te geven van de gebeurtenissen binnen de huidige gemeente Opmeer ten tijde van de WO II, hebben wij deze verhalen gebundeld in de uitgave van 2005. Echter, kort na deze uitgave werd ik gewezen op een gebeurtenis uit deze oorlog die mij onbekend was.
Gemist verhaal
De gebeurtenis gaat over een man genaamd Petrus Brakeboer uit de Berkmeer, die gearresteerd zou zijn door de Duitsers, wegens het verbergen van Joodse onderduikers en in een concentratiekamp zou zijn overleden. In diezelfde periode vroeg een lezer zich af waarom de tragische gebeurtenis rondom de familie Brakeboer niet was opgenomen in het boek. Ik moest het antwoord schuldig blijven. Ik kende het verhaal niet. Hoe heeft dit kunnen gebeuren, wat had deze man gedaan, waarom was hij gearresteerd en waar was hij gestorven?

Document inhechtenisneming Brakeboer
Mijn zoektocht begon bij het Westfries archief in Hoorn waar men mij het hechtenisbericht kon tonen, maar ook het overlijdensbericht van de heer Brakeboer.
Op 6 februari 1945 was er telefonisch een bericht binnengekomen op het gemeentehuis in Opmeer. Daarin werd gemeld dat de heer Petrus Brakeboer op 16 januari 1945 was overleden aan een amandelontsteking (lees ontberingen) en dat zijn as was verstrooid op de gedenkplaats van kamp Sachsenhausen-Oranienburg in Duitsland. Tegen betaling van 85 pfennig was de acte van overlijden te bekomen bij de Standesbeamte van Oranienburg Duitsland.
Heel bijzonder, want men kreeg in die oorlogstijd zelden bericht van overlijden uit de kampen. Na de oorlog moesten veel nabestaanden zelf op zoek waar en wanneer hun dierbare was omgekomen.
Na het vinden van deze officiële stukken heb ik contact gezocht met Peter Brakeboer, de kleinzoon van Petrus Brakeboer. Hij heeft mij verteld wat er zich op die bewuste ochtend heeft afgespeeld en waarom zijn opa werd gearresteerd. Een nog thuiswonende zoon had het drama overleefd door zich te verstoppen in de hooiberg, maar heeft er later nooit meer over willen (of kunnen) praten. Peter kon mij ook nog een persoonsbewijs tonen dat in de boerderij was achtergebleven en dat naar alle waarschijnlijkheid van een Joodse onderduiker was.

Overlijdensbericht Brakeboer
Petrus Brakeboer
Petrus Brakeboer was geboren op 13 maart 1881 in Medemblik en gehuwd met Neeltje Portegijs (overleden 1942). Toen de oorlog uitbrak woonde en werkte hij in een boerderij aan de Berkmeerdijk.
De Berkmeerdijk behoorde toen tot de gemeente Opmeer (Opmeer was in die tijd een zelfstandige gemeente met een eigen gemeentehuis en een eigen gemeenteraad. De burgemeester van Opmeer bestuurde tevens de gemeente Spanbroek.) Petrus Brakeboer bezat daar een gemengd bedrijf met koeien en paarden en bouwland. In de oorlog waren de boeren verplicht om hun grasland gedeeltelijk te scheuren (de scheurplicht) om voedsel te verbouwen en af te staan aan de bezetter. Hij werkte met drie zoons op de boerderij waarvan er twee waren getrouwd en al op zichzelf woonden. Een zoon woonde nog thuis en zijn dochters waren ook allemaal al het huis uit. In de zomer van 1944 verbleven er ook veel onderduikers op de boerderij. In het land was een schuilplaats gemaakt waar zij heen konden wanneer er gevaar dreigde. Toen Brakeboer het verzoek kreeg om een Joods echtpaar in huis te nemen weigerde hij. De onderduikers die een onderkomen bij hem hadden gevonden wilde hij niet in gevaar brengen. Toch werd het hem nogmaals dringend gevraagd: ‘Doe het asjeblieft, het is voor korte duur, zij moeten daar echt weg.

Boerderij Brakeboer Westerdijk 30 in 2020
Wij zullen ons best doen om zo snel mogelijk een ander adres te vinden.’ Hij liet zijn gevoel spreken en gaf toestemming het echtpaar voor korte tijd onderdak te verlenen.
Hoe lang deze familie aan de Berkmeerdijk is geweest is ons niet bekend. Wel weten wij dat Jan Groot, alias Zwarte Jan, die als onderduiker bij de familie Van Schagen in de Berkmeer zat, deze mensen enige malen heeft ontmoet. Jan bracht illegale blaadjes rond in de Berkmeer en ontmoette het echtpaar dan wel eens wanneer zij ’s avonds achter de boerderij wandelden en genoten van een beetje vrijheid.

Vader David van Emden met Fieke-Maja
Dat beetje vrijheid is voor hen helaas van korte duur geweest. In de nacht van 12 op 13 juli 1944 waren Landwachters en enkele soldaten van de Duitse Sicherheitsdienst op zoek naar de boerderij van Petrus Brakeboer. Eerder die nacht klopten zij aan bij de boerderij van Piet Laan in de Lagehoek. Wanneer je daar niet bekend bent is het moeilijk bepalen in welke polder je bent: De Lagehoek of de Berkmeer. De heer Laan stuurde die lui de verkeerde kant op, maar tegen de morgen hadden ze toch het adres gevonden dat ze zochten. Ze klopten op het raam en bevalen de heer Brakeboer hen binnen te laten. De zoon wist nog naar de hooizolder te vluchten en verstopte zich diep in het hooi.
De heer Brakeboer en het Joodse echtpaar werden op een vreselijke manier in elkaar geslagen. Een buurvrouw getuigde later dat zij buurman Brakeboer op klompen langs haar huis heeft zien gaan, lopende tussen twee soldaten in. Naar alle waarschijnlijkheid is hij naar het station in Obdam gebracht om van daar naar Amsterdam te reizen. Daar heeft hij in de beruchte gevangenis aan de Weteringschans gezeten.
Een van de dochters Brakeboer is nog naar Amsterdam gegaan om wat eten en kleding te brengen. Op haar verzoek of ze haar vader even mocht spreken werd haar spottend medegedeeld door een jonge SS’er: ‘Je mag je vader zo meenemen wanneer jij mij twee adressen geeft waar Joden zitten ondergedoken.’
Vanuit Amsterdam is hij naar kamp Vught vervoerd. Schrijven naar huis was heel beperkt, maar de weinige brieven die hij heeft geschreven zijn wel bewaard gebleven. Een daarvan geeft prachtig weer hoe hij zich verbonden voelde met zijn boerenbedrijf. Het is geschreven op een kladje papier en daarin vraagt hij aan het thuisfront: ‘Zijn de klapse al rijp? Heeft het paard al een veulen en staan de koeien nog hoog in ’t vet? Maar nu moet een ander weer het potlood hebben.’ Vanuit Vught is hij op transport gegaan naar kamp Oranienburg in Duitsland waar hij op 16 januari 1945 sterft en er een einde komt aan zijn lijdensweg.

Moeder Hetty van Emden met Fieke-Maja
Grote Oost 35

Gré Ruijter-Visser (1917-2012)
Orts-Kommandatur
De Joodse onderduikers
Na deze reconstructie had ik nog geen antwoord op de volgende vragen: Wie waren deze Joodse mensen? Waar kwamen zij vandaan en via welke vluchtweg zijn ze in de Berkmeer terecht gekomen?
Hun namen waren David en Hetty van Emden, een Joods echtpaar dat een dochtertje had waarvan zij afscheid moesten nemen op het moment dat zij daar onderdoken. Het kleine meisje heette Fieke-Maja en was nog maar 5 jaar oud.
De familie Van Emden woonde tot aan het begin van de oorlog in de gemeente Borne in Twente. De deportatie van onze joodse landgenoten was al in gang gezet. Zij voelden dat ook zij een oproep zouden krijgen en hadden tijdig een veilig onderkomen gezocht.
Op 18 april 1943 heeft er een oproep in de plaatselijke krant van Borne gestaan.
Negen joodse personen waren onvindbaar en de Duitse bezetter was op zoek naar de verblijfplaats van deze mensen.
De lijst met namen vermeldde ook die van David en Hetty van Emden en hun dochtertje Fieke-Maja.
In de jaren voor de oorlog waren zij lid van de Jongeren Vredesactie en ontmoetten daar veel gelijkgestemden tijdens de kampen die werden gehouden.
Vanuit deze groepering is de linkse verzetsgroep I.S.B. ontstaan. Via deze groepering is gezorgd dat het echtpaar Van Emden een onderduikadres vond bij Jan en Gré Ruiter-Visser die ook lid waren van deze beweging.
De familie Visser bezat een meubelzaak en woonde in een groot pand aan het Grote Oost 35 te Hoorn. Aan de overzijde van de straat bevond zich het beruchte onderkomen van de Orts- Kommandatur. Het echtpaar van Emden zat bijna in het hol van de leeuw.

Jacob Wagenaar
Tijdens de lange duur van de oorlog hadden veel personen onderdak gevonden bij de familie Visser. Zij hadden allen met verzetswerk van doen of waren ondergedoken om niet te werk te worden gesteld in Duitsland. Voor de gastvrouw was het een hele grote uitdaging om al deze mensen van voldoende eten te voorzien. Gelukkig was er in de omliggende dorpen Blokker en Westwoud nog voldoende voedsel te verkrijgen. Greetje Visser had altijd wel iets te ruilen, vooral de stoffen uit haar winkel waren zeer welkom in die tijd. Fieke-Maja werd ondergebracht bij de familie Zant aan de Westerdijk.

Bidprentje Jacob Wagenaar
Na verloop van tijd kreeg mevrouw Van Emden grote problemen met het aldoor maar in huis verblijven en glipte regelmatig de deur uit om even in de stad te verblijven. De gastvrouw vond het niet langer verantwoord om het echtpaar onderdak te verlenen. Door deze houding liepen ze allemaal gevaar. Niet alleen haar gezin, maar ook voor de andere onderduikers die allemaal in hetzelfde pand verbleven. Een schuiladres werd er gevonden op een boerderij van de familie Wagenaar in Blokker. Men hoopte dat ze op een boerderij wat meer vrijheid zouden hebben, maar niets was minder waar. In een dorp waar iedereen elkaar kent val je nog veel sneller op.
Hoe lang de familie Van Emden van hun nieuwe onderkomen gebruik heeft gemaakt, is onbekend, maar toen men het gevoel had niet langer voor hun veiligheid zorg te kunnen dragen werd uitgekeken naar een ander onderduikadres. De ondergrondse heeft toen met veel moeite onderdak kunnen regelen bij de familie Brakeboer aan de Berkmeerdijk. Maar helaas, op de vroege morgen van 13 juli 1944 werden het Joodse echtpaar Van Emden en Petrus Brakeboer gearresteerd.

Gebouw Sicherheitsdienst Euterpestraat
Trein Westerbork
Maar nog was het voor de bezetter niet genoeg, men wilde ook weten waar de familie Van Emden eerder een schuiladres had gevonden. Deze ondervraging zal beslist niet zachtzinnig zijn geweest gezien het bloedige tafereel wat de buren daar in die vroege morgen aantroffen. En zo kon het gebeuren dat tijdens het melken van de koeien, aan het einde van die dag, de heer Wagenaar in Blokker werd gearresteerd.
In zijn melkerskleren en op klompen is hij op de fiets vanuit Blokker meegenomen naar het Grote Oost in Hoorn. De heer Wagenaar moet hebben geweten dat hij voor het allerlaatst door het dorp fietste, bij het passeren van een kennis zei hij: ‘Dag Piet, mij zie je nooit meer terug.’ Ook de heer Wagenaar is in een Duits concentratiekamp omgekomen.
Schuilplaats verraden
Wie kon weten dat ze in die afgelegen Berkmeer verbleven? Enige dagen voor de arrestatie van de familie Van Emden en van de heer Brakeboer en de heer Wagenaar was er een inval bij Greetje Visser. De Landwacht viel het pand op het Grote Oost 35 binnen, maar men was daar gewaarschuwd en alle onderduikers hadden een goed onderkomen gevonden. Alleen Gré Visser was in het grote huis.
Wel moest zij verklaren waarom er zoveel bedden waren, maar daar had ze een goeie verklaring voor. Zij verleende altijd onderdak aan alle Amsterdammers die naar de Streek om voedsel gingen en bij haar overnachtten. Zij konden dan de volgende dag weer uitgerust naar Amsterdam. Gré kon haar mondje goed roeren en dat werd geloofd.
Ook had Gré achtergebleven persoonlijke spullen van de onderduikers zorgvuldig vernietigd. Toch vond men bij het doorzoeken van het huis een brief van Hetty van Emden die niet verbrand was. In die brief vroeg ze aan Gré Visser of ze niet terug mochten komen, omdat het zo stil was in de Berkmeer. Ook de naam van Brakeboer werd in die brief genoemd en zo was het voor de Landwacht niet moeilijk om te weten waar ze de familie Van Emden konden vinden. Ook Gré Visser werd gearresteerd en meegenomen naar het bureau van de Landwacht. Na enige dagen ontmoette zij daar ook de familie Van Emden, maar eenieder gedroeg zich alsof men elkaar niet kende. Op een avond zag Hetty van Emden kans om uit het raam te springen vanaf de vierde verdieping. Ze had altijd geroepen: ‘Ik laat mij niet levend pakken.’ Helaas voor haar kwam zij er redelijk van af en belandde, onder strenge bewaking, in het ziekenhuis met een hersenschudding en een gebroken kaak. Men heeft nog wel overwogen om haar te laten onderduiken, maar dat was helaas niet mogelijk. Na twee dagen werd zij van het ziekenhuis weer naar het Grote Oost gebracht.
De volgende dag zijn Gré Visser en David en Hetty van Emden op de trein gezet naar Amsterdam. Dit gebeurde onder strenge bewaking. Er werden nog meer personen aan hun groepje toegevoegd. Zij moesten naar de Sicherheitsdienst in de Euterpestraat, waar zich het hoofdbureau bevond. Bij aankomst op het perron in Amsterdam bleek de verzetsgroep op de hoogte te zijn van dit transport. Een vrouwelijke persoon botste tegen Gré Visser aan en lispelde: ‘Wij kunnen hier niets doen voor jullie, er zijn hier te veel mensen. Wanneer wij hier gaan schieten veroorzaken wij een bloedbad.’
Na vele verhoren werd Gré Visser vrijgelaten en de familie Van Emden naar kamp Westerbork gebracht waar Hetty van Emden in een ziekenbarak werd opgenomen. De heer Van Emden is meteen in het strafkamp geplaatst. Vanuit dit kamp zijn ze begin september met een van de laatste transporten op de trein gezet naar een van de vernietigingskampen.
Vanuit die wagon heeft de heer Van Emden een briefje gesmokkeld voor zijn dochtertje met de volgende tekst: ‘Wij zitten hier wel gezellig samen met andere mensen, alleen mama kan niet eten want haar kaak is gebroken.’ Dit is, naar ons bekend is, het laatste levensteken geweest van het echtpaar Van Emden.

Fieke-Maja in 1941
Bevrijding
Op 5 mei 1945 werd de bevrijding uitbundig gevierd in Spanbroek. Maar niet door alle inwoners van de gemeente Opmeer-Spanbroek. Veel families hadden dierbaren verloren, anderen werden nog vermist. Wel gaven Burgemeester en Wethouders opdracht een oorlogsmonument te plaatsen. Los daarvan werd er aan de voorzijde van het gemeentehuis een plaquette geplaatst met daarop de namen van alle gevallen inwoners van Opmeer en Spanbroek.
Daarop staan zelfs de namen van jonge mannen die als onderduiker ten tijde van hun arrestaties in de gemeente Spanbroek verbleven en niet meer waren teruggekeerd. Ook politieman Koning stond vermeld en had (en nu nog) als enige ‘vermist’ achter zijn naam staan. Echter, de naam Petrus Brakeboer werd niet vermeld. De boerderij van Brakeboer behoorde tijdens de oorlogsjaren wel tot de gemeente Opmeer, maar als parochiaan vielen zij onder Obdam. Daar gingen de kinderen Brakeboer dagelijks naar de rooms-katholieke school en bezochten alle zondagen parochiekerk St.Victor. Ook voor de dagelijkse boodschappen ging men naar de katholieke middenstand in Obdam.
Een bezoek aan een gemeentehuis kwam in die jaren bijna niet voor. Het aantal mensen met een rijbewijs was gering en het aanvragen van een bijvoorbeeld een paspoort om op vakantie gaan kwam zelden voor. De familie Brakeboer was niet bekend in Spanbroek.
Toen het monument in Spanbroek werd onthuld was de familie Brakeboer daarvan niet op de hoogte. Op het moment dat het voor de familie Brakeboer duidelijk was dat hun vaders naam niet op het oorlogsmonument werd vermeld kwam de boerennuchterheid boven: ‘As ’t zo moet, den hoeft ’t voor ons al niet meer.’ Ook heeft men korte tijd de gedachte gehad dat zijn naam zou worden geplaatst op het monument in Obdam. Maar alles is aan regels gebonden en de familie behoorde tijdens de oorlog niet tot de gemeente Obdam. De ambtenaar van de gemeente Opmeer is verantwoordelijk geweest voor deze fout. Nu meer dan vijftig jaar later werd de fout erkend, maar moesten er wel bewijzen op tafel komen van arrestatie en van overlijden. Daarin kreeg ik hulp vanuit het archief in Hoorn die het bevel van arrestatie en ook het officiële bericht van overlijden konden kopiëren. Op de dag dat het bericht mij bereikte dat de naam van Petrus Brakeboer zou worden toegevoegd op het oorlogsmonument voelde dat als een grote erkenning voor deze man.

Paspoort Heezen
Laatste zoektocht
Hoe was het afgelopen met Fieke-Maja? Bij de familie Brakeboer had ik een paspoort mogen zien dat naar alle waarschijnlijkheid was van de mannelijke joodse onderduiker. We wisten dat er een valse naam op stond, want bijna alle Joden trachtten door een vals paspoort de oorlog te overleven, maar de foto moest natuurlijk echt zijn. Het was ons bekend dat alle Joodse mensen via Westerbork naar de vernietigingskampen werden gestuurd, dus we zochten contact met de administratie van kamp Westerbork.
Per telefoon werd ik vriendelijk te woord gestaan, maar ik moest rekening houden met het onmogelijke: ‘Zoveel joden waren er in het kamp aangekomen en ook weer vertrokken, het was de bekende speld in de hooiberg, maar ook een speld kon soms worden gevonden.’

Fieke-Maja in het Kerkhuijs
Zet alles wat u weet op de mail en we gaan voor u zoeken. Nog nooit ben ik zo blij geweest dat er in mijn huis een computer stond. Ik kon melden dat het een jong koppel was met een jong dochtertje van 5 jaar, dat niet bij hen was, dat ze waren ondergedoken en dat de mevrouw gewond was. Ook de dag van arrestatie kon ik doorgeven en tel je er nog eens enige dagen bij op dan kan je zien wanneer ze waren binnengekomen. Het gebeurde aan het einde van de oorlog en de meeste joden waren al op transport gesteld en er kwamen niet veel mensen meer binnen. Ik kon ze ook een paspoort tonen, al was het vals, de foto moest natuurlijk wel echt zijn en daarop stond vermeld: Edo Hendrik Heezen of Heesen, Econoom. Geboren 31 maart 1909 Amsterdam, Nederland. Gehuwd met Martina TL. Afgegeven op 3 juli 1941, adres A. de Ruiterweg 304, persoonsbewijsnummer A 35 No 226042.
Na enige dagen had ik al een enthousiaste medewerker aan de lijn die mij kon laten weten dat de speld was gevonden. Dat moment zal ik nooit meer vergeten, het grote geluksgevoel dat iemand is gevonden. Wel was ik heel nieuwsgierig hoe het hen was gelukt om een link te leggen met de weinige gegevens die ik kon tonen. Deze medewerker vertelde mij dat eind juli 1944 een jong echtpaar was binnengebracht dat een dochtertje had dat niet bij hen was. De mevrouw was meteen opgenomen in een ziekenbarak en de man in een strafkamp. Op mijn vraag of niet heel Westerbork een strafkamp was, vertelde hij mij dat de mensen daar allemaal vrij konden rondlopen. Wel was het zo, dat onderduikers straf hadden verdiend en achter prikkeldraad terecht kwamen. Het eten was ook slechter en je moest dagelijks vuil werk doen, zoals het uit elkaar halen van batterijen. De mevrouw was ook na enige dagen naar het strafkamp gebracht.
De medewerker vertelde mij ook dat de ziekenzorg in het kamp optimaal was. Onder Joodse gevangenen waren hoogopgeleide artsen die over goed materiaal konden beschikken. Van hem hoorde ik ook het verhaal van een baby die te vroeg was geboren.
Kampcommandant Gemmeker beval dat er een couveuse moest komen. Toen de baby sterk genoeg was om te reizen werden moeder en kind op transport gezet naar een vernietigingskamp. Hoe bizar kan iemand handelen.
Een voordeel was dat deze medewerker ook contacten had via het Rode Kruis. Bij het Rode Kruis was er na de oorlog een regeling getroffen voor kinderen waarvan de ouders waren omgekomen. Voor zulke kinderen was financiële ondersteuning mogelijk. En daar was de naam van Fieke-Maja bekend, omdat pleegouders voor haar een regeling hadden aangevraagd Daar wist men ook dat zij als volwassen vrouw naar Israël was gegaan en haar adres was bekend bij het Rode Kruis. Toen men via de mail het paspoort met foto naar Tel Aviv opstuurde kwam per omgaande mail het antwoord van Fieke-Maja; deze man is 100% mijn vader. Wat kan een mens dan toch blij zijn!
Een heel belangrijk moment voor mij was op dinsdag 28 september 2009 toen ik Fieke-Maja mocht ontmoeten in het Kerkhuis in Spanbroek. Zij was ook nog in het bezit van enige foto’s waarop ze met haar ouders staat. Deze foto’s waren genomen in gelukkiger tijden. Van de heer Petrus Brakeboer, kleinzoon van de heer Brakeboer kreeg zij die dag het persoonsbewijs van haar vader overhandigd. De familie Brakeboer had dit unieke document al die jaren zorgvuldig bewaard.

Kampcommandant Gemmeker
Eindelijk erkenning
De naam Petrus Brakeboer werd eindelijk bijgeschreven op het oorlogsmonument aan de Hertog-Willemweg in Spanbroek. Kleinzoon Petrus Brakeboer en burgemeester Gert Jan Nijpels onthulden de steen, onder toezicht van Fieke-Maja en de kinderen en kleinkinderen Brakeboer.
Op 22 september 2012 is op verzoek van Fieke-Maja postuum de Yad Vashem-onderscheiding uitgereikt aan Petrus Brakeboer. Deze onderscheiding werd overhandigd aan de familie Brakeboer, in aanwezigheid van Fieke-Maja en haar gezin.
Ter afsluiting wil ik u, als lezer van deze zoektocht, laten weten, dat dit alles voelt als een bekroning voor al mijn speurwerk, waarmee ik die mensen het podium heb kunnen geven dat ze verdienden. Zij stonden toch maar klaar voor mensen in nood en hebben dit helaas met hun eigen leven moeten bekopen. Dat zij mogen rusten in vrede.

Kleinzoon Peter Brakeboer


