Manuscript van P.J. Groot.

Manuscript van P.J. Groot, jan. '95. Lid van de ondergrondse in Hoogwoud, destijds woonende aan de Herenweg 18 te Hoogwoud.

Ik ben in militaire dienst geweest bij het Regiment Wielrijders. We lagen in Best in een oude sigarenfabriek. Op het moment dat de oorlog uitbrak moesten we echter richting Rotterdam, maar in Alblasserdam vlogen de kogels ons al om de oren. Toen hebben we daar vijf dagen gelegen. Op het moment dat de oorlog voor ons was afgelopen, zijn we op transport gezet naar "De Harskamp". Als je daar kon bewijzen dat je werk had kon je naar huis en in mijn geval gebeurde dat dan ook.

Thuis gekomen dacht ik: hoe moeten we de bezetters er uit krijgen. Toen dacht ik al aan verzet, maar hoe? Men richtte op 14 december 1940 een partij  op, De Nederlandse Unie. Die oprichting vondplaats bij Woud Hoogland, wonende aan het Noordeinde (nu  Herenweg ??) te Hoogwoud. Daarin zaten       Adriaan Wegdam, Woud Hoogland, Pee Groot, en nog twee namen die ik ben vergeten. Maar na een paar maanden hadden de Duitsers in de gaten dat De Nederlandse Unie geen partij was die hen tot voordeel strekte, om welke reden de partij op 14 december 1941 werd opgeheven.

Nadien begon men in het geheim enkele blaadjes te typen, maar voorlopig bleef het daar bij. Tot Adriaan bij me kwam met de vraag, of ik wou mee werken in 't verzet. Al spoedig kwamen de eerste blaadjes en werden de L.O. (Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers) en de L.K.P. (Landelijke  KnokPloeg) opgericht. Einde 1942 waren er al de eerste onderduikers. In al deze activiteiten speelde Adriaan Wegdam een hoofdrol, ook in de plaatselijke verspreiding van Je Maintiendrai. Het was wel zo dat we weinig van mekaar wisten. Ook waren er andere bladen, namelijk Vrij Nederland en Het Parool.

Er kwamen echter steeds meer onderduikers, dus moest er ook geld komen. Dat was voor mij niet zo'n probleem, want ik wist waar ik het kon halen. Voor de Joden was het niet zo prettig. Zo heb ik ook Joden weggebracht naar Noord-Spierdijk. Dat gebeurde met een glazen wagen of brik van Jan van Diepen. Die wagen reed op massieve banden en het paard  zijn hoefijzers hebben wij er onderuitgehaald - het liep dus op sokken. Zo vertrok ik om half zeven bij Jan van Diepen op weg naar De Weere en heb ik de Joden opgehaald, met wie ik richting Noord-Spierdijk ging via De Weere, De Gouwe, Hoogwoud, Opmeer, Spanbroek, Zandwerven  en  Noord-Spierdijk.  Het wachtwoord was "Schaapherder" en toen weer terug. Elf uur 's avonds was ik weer terug. Het huisje waar ik hen heb heengebracht staat er nog maar hoe het met hen is afgelopen weet ik niet. We hebben ook een week lang kneedbommen moeten maken voor sabotagewerk; dit gebeurde bij J. Schilder op de Zuiderpaad - in die boerderij die in 1993 is verbrand.

Over Jan de Vries het volgende. Hij was aannemer van hoogspannings- en laagspanningswerken. Ik heb jaren bij die man gewerkt. Hij was getrouwd aan een Duitse vrouw die fel pro Duits was. Ze hadden vier kinderen: Nel, Roos, Wil en Klaas, maar die moesten er niets van hebben; alleen de jongste, Klaas, die is in Duitse dienst geweest. De brief, door middel waarvan De Vries door de ondergrondse werd gewaarschuwd [zie het interview met Adriaan Wegdam] , daar wist ik van; er zat ook een kogeltje in die brief. Ik was bij hem vrachtwagenchauffeur omdat ik met paard en wagen om kon gaan. Ik had het idee dat hij wist dat ik in het verzet zat. Op een maandagochtend zei hij tegen mij: "Pee, in De Weere is door de ondergrondse een overval gepleegd bij de slager." Die slager stond bekend als een zwarthandelaar - maar ik heb nooit geen last gehad.

2-1-1944.  Ook  moest  de  Knokploeg besprekingen voeren en dat gebeurde bij Kees Schouten achter in de schuur. Daar werd tekst en uitleg gegeven door de commandant van de Knokploeg, die kwam bij mijn weten van Zaandam en we hadden er een die van Amsterdam kwam. Tulp had er wat mee te maken, maar die twee regelden het knokwerk.

7-1-1944. Zo hebben wij bij Langedijk aan de Gouw 20 mud tarwe weggehaald, maar dat gebeurde via een controleur. En deze (Langedijk?) kreeg ze ook betaald en dat gebeurde 's avonds. Wij waren met 5 of 6 man, en daarbij kwam de commandant. Ik was er zelf ook bij - waar was ik niet bij. En wat gebeurde er onderweg? Na   de   Gouwerweg,   Veekerweg   en Nieuweweg gehad te hebben, kwamen we vlak voor Opmeer, het was 's avonds negen uur twee moffen op patrouille tegen. Na een praatje te maken konden we door, maar wij waren ook gewapend, en dat hadden ze ook wel door. Die tarwe is verdeeld onder de burgerij. Ook ging er een  gedeelte  naar  verzetsgroepen  in Zaandam en Amsterdam.

Februari 1945 is er in Hauwert gevochten tussen een knokploeg en de S.D. - die kwam van Medemblik. Bij de knokploeg viel een gewonde, Muus Konijn, en een dode, Jan Roosje. Die gewonde werd gebracht naar Langedijk op de Gouw. Daar zal Marie Langedijk ook wel van weten. De gewonde was Konijn van Spanbroek. Maar aangezien hij daar niet kon blijven, heb ik hem daar weg moeten halen, ook weer met paard en wagen van Jan van Diepen, en daar moest de gewonde ook naar toe want Van Diepen had dochters, van wie Lies in de verpleging zat.

10-2-1945. Er was dropping geweest, wat veel  gebeurde  op  het  droppingsveld Mandrill aan de Zomerdijk. Er werden niet alleen wapens gedropt, maar ook mensen. De dropping liep eigenlijk fout af:  de  gedropte  mannen  werden  bij Wognum gepakt.  De knokploeg werd opgeroepen en moest zich melden bij Schipper op de Zomerdijk. De hele ploeg was aanwezig. Er mocht niet worden geschoten, want we zaten allemaal binnen. En wat gebeurde er, er kwamen twee moffen aangelopen die om etenswaren vroegen. Ze kregen niets en vertrokken weer. Maar een van onze jongens schoot op ze; dat was natuurlijk oliedom. Toen werden ze gepakt. Maar nadien werd de groep verdeeld. De hoofdmacht ging richting Obdam, want daar zaten de gepakte mannen. De rest van de ploeg werd verdeeld. Wij werden met z'n drieen, namelijk Van Dijk, P. Groot en de derde, van wie ik de naam niet meer weet, in een groep ingedeeld. We gingen over de Zomerdijk en door Wadway via de Nieuweweg die nu A.C. de Graafweg heet, richting Opmeer naar onze bestemming, Aaf Konijn koerierster van het verzet. Maar in Opmeer aangekomen, bleek dat de Duitsers fietsen aan het vorderen waren. Wij weg, want de wapens zaten aan de fiets vast.Toen zijn we de hele weg afgefietst over de Lage Hoek en bij Blanken over de ophaalbrug, zo naar Aaf Konijn en daar moesten we maar afwachten. Tot onze verbazing zagen we - dat konden wij van een afstand zien - een wagen met S.D. richting Obdam gaan. Wij vreesden het ergste en wij wachtten. Toen moesten wij ons weer verzamelen op de Zomerdijk bij Schipper. Doch Lang konden we daar niet blijven; we moesten deze plek onmiddellijk  verlaten.  We  gingen  richting  de Langereis en zijn geland bij boer Kuiper, wonende ten noorden van de Mienakker (nu Langereis 32, ter hoogte van de aan de  overkant   van   het   water   liggende Ooievaarsweg naar het klooster). Kuiper was ook een verzetsman. En daar hebben we overnacht, hoewel een groep van vier personen nog heeft geprobeerd om in Alkmaar iets uit te richten, want daar zaten de mannen volgens onze informatie. Maar ze waren al weg naar Amsterdam. Wij zijn dus pas de volgende morgen overdag naar huis gegaan.

Na deze gebeurtenis zijn we nog een keer uitgerukt, dat was naar het franciscanen-klooster te Nieuwe Niedorp. De Duitsers wilden de gardiaan meenemen, want daar in het klooster werd alles gedrukt. Ook een  communistische  verzetsgroep  zat daar. Maar die gardiaan kende goed Duits en de Duitsers dropen af.

 

Website designed and build by Déanluma