Het huishoudelijk leven gezien door de ogen van Tinie Kayer

Na de oorlog zijn veel onderscheidingen uitgereikt, maar voor "De Huisvrouw" is er nooit een bij geweest, helaas. Want zij verdiende het echt. Zij moest alle dagen maar weer zorgen dat er voedsei op tafel kwam.  En in de meeste gevallen  niet alleen voor haar eigen gezinsleden, maar ook heel dikwijls voor een onderduiker en/of  een  Amsterdammertje of een Rotterdammertje.

Natuurlijk was het zo, dat hier op het "platteland" toch altijd beter aan eten was te komen dan in de stad. Als ik aan de situatie bij ons thuis denk, waar we alle dagen met 15 personen waren en waar twee keer op een dag een warme maaltijd werd gekookt, dan kun je je wel voorstellen hoeveel werk dat was, vertelt Mw. Tinie Kayer. Brood was er veel te weinig voor zoveel hongerige magen en aan aardappelen was iets beter te komen. Mijn broer Baf zie ik in gedachten daar steeds achter de kachel zitten en maar "piepers" schillen. In plaats van koffie was er surrogaatkoffie en in plaats van thee was er "bloemetjesthee". Suiker was heel schaars, zodat een gezegde uit die tijd luidt: "Gezellig een kopje thee, maar neem zelf je suiker mee".

Maar, om een ieder ook netjes in de kleren te steken, moest je toen wel heel creatief zijn. Jurken werden gemaakt van lakens, daar werden mooie bloemen op geborduurd. Van meelzakjes hebben wij ook wel jurken gehad. Maar er werd ook wel ondergoed van gemaakt en als je je dan indenkt, hoe stug die stof was, kun je wel raden dat het beslist niet lekker voelde aan je lijf. In ieder gezin was toen wel iemand die wol kon spinnen. Aan een schapevacht was nog wel te komen en zo was er dan toch weer wol voor sokken, truien en borstrokken. Heel veel mooie katoenen beddespreien zijn toen uitgehaald, dan konden van die katoen weer kousjes of truitjes warden gebreid.

Tabak verbouwde men toen zelf en de bladeren moesten dan in de kamer te drogen hangen. Tinie Kayer weet zich nog te herinneren, dat in die tijd ook geen vloei was te krijgen. Broer Henk was men een poosje ziek en voor het raam had hij een kaart gezet met het opschrift: "Hier, sigarettenpapier". Zo had hij toch zijn eigen handeltje in rijstpapier.

Zeep was ook niet meer te krijgen, alleen nog van die "oorlogszeep" - nu, daar kon je de was niet echt schoon mee krijgen. Tinie zelf werkte een dag in de week bij het Opmeerse grossiersbedrijf "Akzo" in het gezin. Als loon ontving ze dan zeeppoeder; daar was je in die tijd blijer mee, dan met geld. De laatste maanden van de oorlog  waren  wel  bijzonder  moeilijk. Stromend water was er niet altijd meer, elektriciteit was er ook bijna niet en voor de kachel had je geen brandstof. Je kunt je daarom wel voorstellen hoe moeilijk het was am het gezin te verzorgen. Hulde aan al die vrouwen.

 

Website designed and build by Déanluma