Een kijkje in een oorlogskeuken door Mevr. N. Nijhuis-Braakman

Op de ochtend van de 10e mei 1940, het was 5.30 uur, was ik samen met mijn broer aan het melken op de Zomerdijk, waar m'n vader het land huurde. Het was stralend moor weer maar wij hoorden steeds een vreemd gerommel, het leek op onweer, maar toen wij thuis kwamen werd er verteld: er is oorlog.

Zelf was ik toen 14 jaar en in die tijd was je met 14 jaar nog een echt kind. Ik was helemaal  van  streek  want oorlog  was zoiets vreselijks dat was alleen in andere landen en nu hier in ons eigen land, ik was gewoon doodsbang. Maar de eerste tijd ging toch het leven gewoon door. Maar zo langzaam  aan  werd  toch  alles  anders. Alles ging op de bon, en de ruilhandel begon. Omdat mijn Vader zowel koeien als bouwland had redden wij ons aan alle kanten.

Zuinig zijn, wij wisten niet beter. Alles maar   dan   ook   letterlijk   alles   werd gebruikt en hergebruikt. Bijvoorbeeld de koolstruiken   werden   gerooid  en   gedroogd, en in de vuurduvel verstookt; van de kamerkachel werd een stuk afgezaagd zodat hij lager werd. Daarbij hadden wij een grote zakketel waar alles in gekookt werd, zoals water, melk en pap, erwtensoep, aardappelen.  Elke keer werd hij weer schoon gemaakt. Op een gegeven moment zat er een lek in. Geen nood: er waren lekstoppen; het gat werd gedicht en we gingen er gewoon weer mee verder.

Zo langzaamaan zijn we begonnen met het rnaken van aardappelmeel: de aardappelen schoonmaken, met schil en al raspen, in het water zetten, of en toe afgieten, goed roeren en laten bezinken, een doek over de vergiet en de pulp goed uitknijpen, wat over bleef was het meel wat we gebruikten als bindmiddel voor de pap.

Stroopmaken werd ook geprobeerd: van suikerbieten.   Schoonschrobben   en   in stukjes snijden, goed doorkijken, steeds maar roeren en door de vergiet uit laten lekken. Het smaakte natuurlijk grondig maar toch vond iedereen het lekker. Boter maakten wij ook zelf. Kaas hebben we ook   gemaakt.  Tabaksplanten   werden gezet en de grote bladeren daarvan werden gedroogd aan een ijzerdraad; later werden ze opgerold en in een ronde buis geperst  met  een  schroef goed  aangedraaid. De buis was aan de voorkant open en als dan de rol er aan de voorkant een stukje uitkwam werd het meteen afgesneden. Zo hadden de mannen dan hun tabak. Bij Pool in Hoorn was nog een bepaald goedje te krijgen dat het aroma wat verhoogde - er waren verschillende smaken. Er werd voor mij een spinnenwiel aangeschaft en ik moest het maar proberen; al spoedig had ik de slag beet en mijn moeder  maar  breien:  sokken,  borstrokken, sjaals etc.

Langzamerhand werd alles op ons toch rustige dorp angstiger. Er kwamen onderduikers, razzia's;  zelfs  Duitse soldaten werden in de school ondergebracht. Er moest verduisterd worden. Wij  hadden geen electrisch. Met een oliepitje zaten wij 's avonds bijeen. Ook werd er 'n dynamo van een fiets gebruikt om licht te krijgen en mijn broer maar de hele avond trappen, anders zaten wij in het donker. Toen kwam de hongerwinter. Een eindeloze rij mensen met fietsen zonder luchtbanden, wagentjes,  zelfs lopend kwam van heel ver uitgeput en verhongerd langs de boeren vragen om eten en soms onderdak voor 's nachts. Mijn moeder stuurde mij altijd naar de deur. Gelukkig konden wij voor veel mensen  wat missen, zoals een boterham of een bord pap. Nooit zal ik na al die jaren de dankbare blikken van sommige mensen vergeten: een bord tarwemeelse pap was voor hun een bruiloftsmaal. In het laatste jaar van de oorlog is op een nacht de razzia gehouden van al die mensen die op de gedenksteen in Spanbroek zijn geschreven, waaronder ook mijn neef Jan Hoek. De Zondag ervoor was hij nog bij ons thuis geweest en in die week die volgde opgehaald. Hij was boerenknecht bij Klaas de Jong (in de boerderij, nu op de hoek van de Spanbroekerweg en de Pastoor  Meriusstraat). Hij was 23 jaar oud. Hij is doodgeschoten met vele anderen in Amsterdam. Van hem heb ik nog een bidprentje met zijn foto er op.

Met vriendelijke groeten, N. Nijhuis-Braakman.

 

Website designed and build by Déanluma