Rundveefokvereniging ‘Aartswoud en omstreken’

Door Cees de Boer

Er werd al ver voor de oprichting van rundveefokverenigingen aan rundveeverbetering gedaan, maar dit gebeurde vooral 'op zicht', gevoel en de liters in de kaasbak. Sinds 1764 kenden we de 'Bullestieken' in West-Friesland. De bullestiek van Hoogwoud was als eerste opgericht en heeft het langst bestaan. Een bullestiek was een vereniging van veehouders, welke gezamenlijk een beste stier exploiteerde. Dit ter verbetering van de rundveestapel. Dat de 'Bullestieken' aan hun doel hebben beantwoord en mede de basis hebben gelegd voor de huidige rundveefokkerij, in zowel binnen als buitenland, lijkt ons wel haast zeker. De rundveeverbetering vond echter vooralsnog grotendeels ongeorganiseerd plaats, met name om financiële redenen. De West-Friezen kijken altijd eerst de kat uit de boom voordat de portemonnee getrokken wordt.

Het Noord-Hollandse rundvee was in de periode van 1850 tot 1900 al wereldberoemd vanwege de ontwikkeling (formaat, hoogte) en de melkrijkheid. Ondanks de, zeker voor die tijd, grote afstanden was dit de Amerikaanse en Canadese veefokkers niet ontgaan. Zij kwamen naar onze provincie waar ze aankopen deden. Tussen 1852-1905 zijn zo'n 8.000 runderen geëxporteerd naar genoemde landen. Indirect profiteren we daar de laatste 20 jaar weer van, doordat stieren en sperma weer zijn terug gehaald uit het verre westen en goede resultaten laten zien ten aanzien van de maatvoering, melkrijkheid en gehaltes (vet en eiwit).

Anna 82. De topkoe van George Deken werd N.H. Kampioen in Schoorl (1973).
Een prachtig voorbeeld van rundveeverbetering qua exterieur en productie.

De veehouders bewoonden in het begin van de twintigste eeuw doorgaans een grote of kleine stolpboerderij, waar men met het gezin, vee en veevoer onder een dak woonde. Voor die tijd heel efficiënt te noemen. Paardentractie en handwerk stonden centraal. De melkrijkheid was belangrijk voor de kaasmakerij op de boerenbedrijven. Hoe hoger de kaasproductie, hoe meer inkomsten. Van vet en eiwitgehalte bepaling had men nog nooit gehoord. De kaas en boterproductie werd doorgaans verzorgd door de boerin, terwijl het markten was voorbehouden aan de boer.

Oprichting

In 1896 werd de eerste rundveefokvereniging in Noord-Holland opgericht , die van Hoogkarspel. Het heeft tot 19 december 1913 geduurd voordat elf vooruitstrevende veehouders op initiatief van de heer Hannes Veerman bijeenkwamen in café 'De Stompetoren' en tot oprichting van een rundveefokvereniging kwamen. De volgende veehouders waren hiervoor verantwoordelijk: J. Schagen, voorzitter; C. Zeilemaker, secretaris; D. Koorn, penningmeester; en de leden J. Koomen en J. Helder. Voorts behoorden tot de oprichters: K. Korver, G. Vel, P. Donker, J. de Vries, R. de Beurs en P. Helder.

Hannes Veerman fungeerde als propagandist en schrijver. Het concept reglement en statuten werden na enige wijzigingen goedgekeurd en er werd Koninklijke goedkeuring aangevraagd. De Koninklijke goedkeuring dateert van 10 januari 1914 (22 dagen na oprichting). Een vlotte gang van zaken dus!

Financiën

Ook werd een verzoek ingediend voor het verkrijgen van subsidie. Hannes Veerman werd gevraagd of hij de betrekking van Controleur-Stamboekhouder en melkmonsternemer wilde vervullen voor de prijs van f 1,25 per koe per jaar. Veerman vond dit tekort en wilde f 1,40 per koe hebben. Ondanks enige aarzeling onder de leden kon voorzitter Schagen Veerman feliciteren met zijn benoeming en hoopte dat hij zijn betrekking 'met genoegen en alle ijver mocht vervullen'.

Nu werd secretaris Zeilemaker opgedragen de benodigdheden voor het uitoefenen van de werkzaamheden bij de Bond van Fokverenigingen te bestellen. Maar als men wat koopt moet men betalen. Om aan geld te komen werd voorgesteld om de oprichtingskosten per koe te berekenen en dat van de leden te innen als entreegeld. Ook boeren die later lid wilden worden moesten entreegeld betalen. De vereniging had nu direct bezittingen, de vergadering vond dat beter dan met schulden beginnen. De voorzitter sluit de vergadering en hoopt dat de nieuw opgerichte vereniging mag bloeien en tot voordeel van de leden mag zijn. Op 24 december 1913 werden de spullen door Veerman ontvangen, zodat men per 1 januari 1914 kon beginnen.

 

Doel van de vereniging

Het doel van de vereniging was om door het verbeteren van het vee het welvaartspeil van de leden te verhogen. Door de oprichting van fokverenigingen konden de verzamelde gegevens worden vastgelegd en gerubriceerd. Men kreeg hierdoor een beeld van de prestaties van de fokstieren door middel van moeder-dochter vergelijking en exterieurkeuringen.

Steeds vaker werd de melk geleverd aan een zuivelfabriek. De aan de zuivelfabriek geleverde melk werd uitbetaald op basis van het vetgehalte. Een belangrijke reden om meer te fokken op een hoger vetgehalte en de voor de kaasproductie belangrijke kilogrammen melk daarbij goed in het oog te houden. Dit was in de reglementen en statuten van de vereniging als volgt vastgelegd:

Artikel 2:

Het doel der Vereniging is mede te werken tot het verkrijgen van een standvastig zwartbont rundveeslag van Hollands ras, dat zowel uitmunt door evenredige lichaamsbouw, als door het voortbrengen van een ruime hoeveelheid melk van goed gehalte (vet).

Artikel 3:

De vereniging tracht dit doel langs wettige weg te bereiken door:

  1. a) het vaststellen van de hoeveelheid en het gehalte der melk van de koeien der leden.
  2. b) het bevorderen van het gebruik van zo goed mogelijk verervende stieren.
  3. c) het bijhouden van registers voor fokkoeien, stieren en kalveren.

Controleurs stamboekhouders

De werkzaamheden van de fokvereniging werden door het benoemd bestuur uitbesteed aan een gediplomeerde Controleur Stamboekhouder. Zijn werkzaamheden bestonden uit melkmonsternemen op de veehouderijbedrijven tijdens de melkerstijden, vetgehalte onderzoek en de verwerking van de gegevens in de administratie. De administratie was aan regels gebonden om meer uniformiteit te krijgen in de Provincie. In een periode van 69 jaar zijn maar 3 controleurs stamboekhouders werkzaam geweest bij de Rundveefokvereniging ‘Aartswoud en omstreken’. Dit waren Hannes Veerman (1914-1942), Cees Muntjewerff (1942-1965) en Cees de Boer (1966-1982).

Hannes Veerman

Hannes Veerman is geboren op 1 mei 1890 te Wognum. Reeds op 18-jarige leeffijd is hij de stimulator tot oprichting van een Rundveefokvereniging in Wognum (1909). Dit was eigenlijk niet zo verwonderlijk, want hij kwam uit een boerenfamilie. Hij heeft voordat hij naar Aartswoud ging nog gewoond in het tramkoffiehuis (thans Café 't Stappertje) van Wognum. Hij verhuisde in 1913 naar Aartswoud, waar hij café 'De Stompetoren' had gekocht. In datzelfde jaar is hij in het huwelijk getreden met Brechtje Groen. Zoals eerder gemeld was hij eind dat jaar betrokken bij de oprichting van de Rundveefokvereniging 'Aartswoud en omstreken' Je kon toen al spreken van een 'poestig manje' Dat hij op jonge leeftijd de veefokkerij een warm hart toe droeg, bewijst wel dat hij als 18-jarige reeds het diploma melkcontroleur, met de aantekening 'melkcontrole' behaalde aan de toenmalige Zuivelschool aan het Breed nr. 11 in Hoorn onder leiding van de toen bekende leraar de heer Eriks.

Laboratorium

Brechtje Groen zorgde voor de caféklanten, terwijl Hannes in een afgeschut gedeelte van het café ruimte had voor het kantoor annex laboratorium. Dit laboratorium werd gebruikt voor het vetgehalteonderzoek. Verder had hij tot taak de contacten te onderhouden met de leden veehouders, door middel van monsternemen en registreren. Ook verzorgde hij het kaasfabriek laboratoriumonderzoek in De Weere en op De Langereis (vlakbij voormalig café 'De Snip'). Na 13 jaar werden het kantoor en de laboratoriumwerkzaamheden verplaatst van het café naar de woning naast de entree van het voetbalveld van A.G.S.V., Schoolstraat 32, thans bewoond door de familie Spruit. Kunt u zich het leven voorstellen van een combinatie caféhouder-melkcontroleur en het gezinsleven? Laat naar bed en, in die tijd, heel vroeg op. Men moet dan denken aan ongeveer 4 a 5 uur in de ochtend. Hij kan dan ook worden betiteld als een duizendpoot met veel uithoudingsvermogen. En dan te bedenken dat hij daarnaast nog vele functies als secretaris en penningmeester bekleedde.

V.l.n.r. Brechtje Groen, Hannes Veerman, oud-burgemeester Dirk Breebaart en Cees 
Muntjewerff tijdens de uitreiking van de koninklijke onderscheiding.

Onderscheiding

In 1942 volgde een benoeming tot Plaatselijk Bureauhouder voor de toenmalige Voedselcommissaris. Een 'eervol' ontslag na een 29-jarig dienstverband viel hem ten deel. In 1948, na opheffing van het Plaatselijke Bureauhouderschap is Veerman weer teruggekomen op zijn oude stekkie, maar nu bij zijn schoonzoon Cees Muntjewerff, welke in 1942 zijn werkzaamheden had overgenomen. Voor het vele goede werk ten behoeve van de Rundveeverbetering en zijn maatschappelijke betrokkenheid in vele functies is Veerman bij zijn afscheid van de Rundveefokvereniging Koninklijk onderscheiden met de gouden eremedaille, behorende bij de Orde van Oranje Nassau. Hij overleed op 8 april 1969 te Aartswoud.

Cees Muntjewerff

Cees Muntjewerff is geboren op 19 april 1920 aan de Mijzerdijk (polder), eveneens van boerenkomaf. Hij was ook al als controleur in Schellinkhout werkzaam geweest. Na zijn sollicitatie en een proeftijd van 3 maanden volgde een vaste aanstelling op een voorlopig salaris van f 110,- per maand. De proeftijd werd beschouwd als leerperiode en moest je als leergeld beschouwen (daar moet je anno 1999 mee aankomen!). Cees kwam in de kost bij de familie Veerman en leerde daar dochter Gré kennen. Ze werden verliefd en trouwden in 1945. Zij bleven bij de familie Veerman inwonen, totdat in mei 1952 het karakteristieke renteniershuis aan de Schoolstraat 39 (gebouwd anno 1913) door de Rundveefokvereniging werd aangekocht voor de prijs van f 7.000,-. Het werd verbouwd tot dienstwoning met kantoor en laboratorium. In 1953 volgde de officiële opening door een gedenkplaat te onthullen in het mooie kantoor. Een geweldige verbetering, waardoor de werkzaamheden nog beter uitgevoerd konden worden. Cees en Gré hadden nu hun eigen stekkie.

Duizendpoot

Naast goed vakmanschap, vrouw en 4 kinderen als directe hulpen, maakte de familie Muntjewerff veel furore in de Rundveeverbetering, hetgeen resulteerde in het hoogste aantal leden van de Noord-Hollandse verenigingen, met een productie en exterieurniveau dat er mocht zijn. Ook Cees bleek een duizendpoot te zijn en maakte deel uit van meerdere besturen en organisaties, waaronder brandweercommandant van Hoogwoud, mede oprichter Dorpshuis Hoogwoud, Stichting Tentoonstelling Opmeer, Bond van Melkcontroleurs in Noord-Holland, voetbalvereniging A.G.S.V., etc. Eind 1965 is de familie Muntjewerff naar Hoorn verhuisd in verband met een benoeming als commissionair in aan-en verkoop van rundvee. Cees is in 1992 overleden. Gré woont in Hoorn en heeft ondergetekende voorzien van gegevens en foto's ten behoeve van dit verhaal.

Cees de Boer

Ik, Cees de Boer, voor veel veehouders beter bekend als Cor, ben geboren op 20 juni 1926 te Broek op Waterland. Ik wilde graag slager worden maar door de tweede wereldoorlog kwam ik in het boerenbedrijf van een oom en tante terecht. Op het boerenbedrijf ontstond de belangstelling voor de rundveeverbetering. Na de bevrijding ben ik een opleiding gaan volgen voor Controleur voor zuivelfabriek en Rundveeverbetering in Hoorn onder leiding van de heer Eriks. In de periode daarna was ik werkzaam als 2e controleur bij de 'Beemster Rundveefokvereniging'.

Na de militaire dienstplicht van 3,5 jaar (o.a. 3 jaar Nederlands Indië) kwam ik weer terug bij de vereniging in de Beemster. Per 27 augustus 1951 werd ik benoemd tot Controleur-Stamboekhouder van de rundveefokvereniging 'Abbekerk-Lambertschaag' Hier was ik tevens controleur ten behoeven van de Zuivelfabriek Westfriesland (thans Dorpsstraat 23 Lambertschaag). Tot ons huwelijk was ik in de kost bij Cor en Gré Groot aan de Veekenweg in Abbekerk. Kosthuizen waren in die tijd heel gewoon. Op 3 juni 1954 trouwde ik met Bets Huisman. Vanaf dat moment tot en met 31 december hebben wij gewoond in de dienstwoning op Noordeinde 87 in Lambertschaag.

Fusie

Als gevolg van een fusie eind 1965 van de Rundveefokverenigingen 'Abbekerk-Lambertschaag' en 'Aartswoud en omstreken', volgde per 1 januari 1966 mijn benoeming tot Controleur-Stamboekhouder van de Rundveefokvereniging 'Aartswoud en omstreken' Door de toen nog bestaande religieuze zuilen bracht dit jammer genoeg nog wel enige commotie te weeg. Het bestuur van `Aartswoud en omstreken' wilde nu een `Katholieke' controleur en het bestuur van 'Abbekerk-Lambertschaag' zag graag haar controleur (niet Katholiek) op die plaats. Achteraf bezien is het naar wens verlopen en kon ons gezin de bedrijfswoning, na enige interne aanpassingen, in Aartswoud betrekken. Het was wel een hele overgang van een kleine vereniging (38 leden) naar een grote van ongeveer 130 leden. Ook privé met 2 jonge kinderen geen eenvoudige opgave. Maar we hebben het gered, dankzij het gezin en de medewerkers Siemen Beemster, Nel Kos, Jacob Plijter en de vele monsternemers tot de vorming van een Vereniging voor Veehouderij Belangen (VVB), ontstaan uit een grote fusie met ingang van 1 juli 1982. De laatste grote fusie blijkt een heel goede te zijn geweest, zowel voor de leden als medewerkers!

Veebeoordeling op het bedrijf van George Deken te Hoogwoud. 
V.l.n.r. C. de Waal (Instructeur) uit
Beemster,
Cees de Boer uit Aartswoud, Piet Oomes uit De Weere,
Cor Timmerman uit Benningbroek en Aris Appel uit Hoogwoud.

Monsternemers

Zonder monsternemers was het doel van de vereniging niet te realiseren. Het leuke deed zich ook voor dat iedere inwoner wist wie monsternemer was. Door het lawaai dat de monsterkist met flesjes (rammelen) veroorzaakte op de fiets en de emmer met driepoot kon je ze al van verre horen aankomen. Een monsternemer heeft als taak tweemaal daags tijdens de melktijden op het veehoudersbedrijf, van ieder melkkoe een melkmonster te trekken. Dit melkmonster werd middels een monsterlepel in een monsterflesje gedaan. De hoeveelheid melk werd eveneens tweemaal daags vastgesteld. De melkproductie werd in de monsteremmer gewogen aan een unster. Het monsternemen is een parttime functie, namelijk 's morgensvroeg en 's avonds.
Gemiddeld 3 a 4 uur per dag.

Voor zover als mij bekend zijn de volgende full- of parttime melkmonsternemers in dienst geweest van de vereniging: De dames Gré Glas, Nel Glas, A. Heris en M. Meijer. De heren Nannes, A. Visser, Jaap Deken Pzn., George Deken Pzn., Nic. Groot Kzn., Theo Groot Kzn., Cor Langedijk Jzn., Sijf Langedijk, Jan Langedijk, C. van Diepen Jzn., Jaap van Diepen Azn., W.Wiedijk, W. Veenstra, C. Wagemaker, Jan van Diepen, H. Meijer, Cees Schilder Kzn., Cees Beemster, Arlen Bellis, Floor Groot, E. Ursem, Jaap Feld, Piet Slagter Czn., J.A. Blaauw, Gerard P. Rooker, Joh. Rood, Jaap Bos, Jacob Rinkel, Jac. Klomp, Anton Groot, Henk Bakker, Theo Sneek, Gert P. Visser, Gert Ursem Kzn., George Sijts, Joop de Groot, Gerard Klaver, Paul Klaver, Paul Groot, J. Weyer en Jo Leeuwrik.

Monsternemer Cees de Boer met monstername benodigdheden in het melkbon 
bij veehouder
Jan Groen te Lambertschaag vooorheen gemeente
Hoogwoud. (sinds 1 januari 1979 gemeente Noorder-Koggenland)

Bestuurlijke en Technische resultaten

We zullen nu een aantal jaarverslagen volgen. Tot en met 1934 werden de jaarverslagen door de heer Veerman keurig met de hand geschreven en voorgelezen op de jaarvergadering van de vereniging, daarna gestencild en sinds 1947 gedrukt.

Het keuren van melkkoeien bij café De Stompetoren van uitbater Hannes Veerman (+/- 1920).

Het jaarverslag van 1917 laat een winst in ledental zien, namelijk van 14 naar 19. Het soortelijk gewicht van de melk, wat bepaald werd met behulp van de lactodensimeter, behoefde niet meer bepaald te worden. Vetgehaltebepaling door middel van de Gerber-methode blijft wel gehandhaafd. Nieuwe leden zijn C. Houter en Jb. Jonker uit Sijbekarspel; C. Conijn, D. Schouten, S. de Goede en J. Langedijk uit De Weere; J. Bakker, D. Rooker uit Hoogwoud en J. Kuiper Czn.van de Langereis. Jaarverslag 1920 geeft een goed beeld van de veefokkerijactiviteiten. Voor de 2e maal dit boekjaar bedreiging door mond- en klauwzeer. Onregelmatige 4-weekse melkcontrole. Ledental in stijgende lijn. Toch is niet iedereen overtuigd van de voordelen van het lidmaatschap. Nieuwe leden: J. Hoek, C. Donker, J. Slagter, J.C. Benit, L. Glas, D. Koning, Wed. D. van Diepen, J.J. Oostwoud-Wijdenes, Wed. S. Stapel. Controleur-Stamboekhouder Veerman onderzocht op het laboratorium 6.774 melkmonsters op vetgehalte.

Enige productiecijfers uit het jaarverslag van 1925: (ter vergelijking productiecijfers uit 1981).

Melkvaarzen (2 jarige melkkoe):

1925: Kok 6                                        4.850 kg melk 3,69% vet 365 dgn P. Deken Hoogwoud

1981: Schilder 168                               7.000 kg melk 4,17% vet 315 dgn G. Deken Hoogwoud

Verschil                                               2.150 kg         0,48%

Melkwenters (3 jarige melkkoe):

1925: Lize 2                                        5.058 kg melk 3,36% vet 316 dgn D. Koom Aartswoud

1981: Truida 186                                 7.657 kg melk 4,14% vet 317 dgn Gebr.Groot Hoogwoud

Verschil                                               2.599 kg         0,78%

Derdkalvers ( 4 jarige melkkoe):

1925: Geertje 2                                   5.165 kg melk 3,72% vet 280 dgn J.Bakker Hoogwoud

1981: Julia 40                                     7.422  kg melk 4,54% vet 290 dgn D. de Jong Hoogwoud

Verschil                                               2.257 kg          0,82%

Oudere melkkoeien (melkoe die 5 jaar of ouder is):

1925: Paulina                                    6.171  kg melk 3,18% vet 313 dgn P.Deken Hoogwoud

1981: Truida 171                              11.363 kg melk 4,08% vet 340 dgn Gebr. Groot Hoogwoud

Verschil                                              5.192 kg        0,90%

Zoals u ziet een geweldige vooruitgang in ruim een halve eeuw. Dit is het resultaat van het lidmaatschap van een Rundveefokvereniging. Het vetgehalte van de oudere melkkoe genaamd Helder van P. Glas, Gouwe behaalde in 1925 gemiddeld 2,66% vet. Een veel te laag vetgehalte dus!

De jaren na 1926 tot en met de 2e wereldoorlog waren voor de veehouders echte crisisjaren waarin men elk dubbeltje wel 5x moest omdraaien. Veel jonge beginnende veehouders zijn dan ook failliet gegaan. Desondanks bleef het aantal leden bij de fokvereniging vrij stabiel. In 1929 zelfs 4 nieuwe leden, te weten: G.W. de Boer, Aartswoud; P. Wijnker en Jb. Schipper, Opmeer; en C. Wagemaker, De Weere. Bedankt als lid: A. Langedijk aan de Kolk van Dussen. Hieronder nog enige voor die tijd goede productiedieren:

- Melkvaars Anna 4 van G. Vijn uit De Weere 4.111 kg melk, 3,43% vet in 310 dagen.

- Melkwenter Schilder van P. Deken uit Hoogwoud 5.809 kg melk, 3,39% vet in 315 dagen.

- Derdkalver Sneek 4 van L. Glas van De Gouwe 5.586 kg melk, 3,60% vet in 322 dagen.

- Oudere melkkoe van K. Groot uit Hoogwoud 6.681 kg melk, 3,25% vet in 279 dagen.

Jaarverslag 1935 laat een duidelijk verschil zien in productie tussen erkende en niet erkende afstamming. Uiteraard in het voordeel van de erkende afstamming. Het lidmaatschap bij een Rundveefokvereniging en de daaruit voortvloeiende doelbewuste veefokkerij loont en dat dringt door bij steeds meer veehouders. Controleur Veerman meende: 'Door een paar melkkoeien met lage gehaltes op te ruimen zal het gemiddelde gehalte der overige aanwezige melkkoeien toch al gauw met meer dan 0,10% vet doen rijzen. De onkosten, te betalen aan Uw fokvereniging, komen dan dubbel en dwars terug. Tenslotte nog een algemene beschouwing: Gaf ik in mijn vorig jaarverslag een droevig beeld van de economische toestand waarin Uw bedrijven verkeren, daarin is helaas geen verbetering te constateren!'

Mond-en-klauwzeer

In 1937 een mond- en klauwzeeruitbraak, met alle nare gevolgen van dien, zoals blaren op de tong, zere spenen en klauwen. Dit veroorzaakte veel pijn voor de dieren waardoor de productie sterk negatief beïnvloed werd. Voor de boer veel extra werk.

1938: Viering 25-jarig bestaan van de vereniging. Het bestuur bestond toen uit: L. Glas, voorzitter; D. Koorn, secretaris en penningmeester; K. Groot Pzn., C. Klaver Pzn. en J. Stapel als gewone leden. In 25 jaar was het gemiddelde vetgehalte met 0,27% gestegen tot 3,49%.

De oorlogsjaren 1940-1945

Een heel slechte periode voor de boeren. Strenge winters en gebrek aan brandstof. 's Avonds geen licht, gebrek aan chemicaliën voor het vetgehalte-onderzoek en eind 1944 een ledenstop. Distributie van veevoer en kunstmest. Vordering van paarden, verplichte vee- en hooileveringen en vele andere verplichtingen stoorden de veehouders ernstig in het vrij uitoefenen van hun beroep. Aan de productieverbetering kon dan ook weinig worden gedaan. Ook voor de medewerkers van de fokvereniging was het verre van gemakkelijk te noemen. In 1943 nam het ledental sterk toe tot 55 veehouders. Dit
kwam door de stimulans, in de vorm van een subsidie, van de toenmalige overheid. De volgende veehouders traden toe: J. Helder, T. Mantel, K. Helder, J. Hemke en Wed. P. Groot, allen uit Aartswoud; G. Hemke van De Gouwe en J. van Diepen Dzn., P. van Diepen Dzn. en P. van Wonderen uit De Weere.

Dieptepunt

In 1943 het eerste jaarverslag van Cees Muntjewerff: Slechte producties. Koeien in slechte conditie. Acht nieuwe leden, te weten: J. van der Oord, Aartswoud; Wed. P. Glas, De Gouwe; A. van der Meer, Langereis; J. Wagemaker, De Weere; erven Blaauw, N.J. van Berkel, Hoogwoud; P. Moeyes en J. Schekkerman uit De Kolk Aartswoud. Begin 1945. Een dramatisch dieptepunt. Veel evacuees, zowel mens als dier uit de Wieringermeer in verband met de inundatie van de Wieringermeer-polder in april 1945. Een nog groter tekort aan veevoer. Het werd dan ook het slechtste productiejaar. De bevrijding begin mei, gaf de nodige inspiratie om weer opnieuw te beginnen aan de vee verbetering.

1946: 11 nieuwe leden: KI. Klaver, Jac. Blaauw, W. Hoogland uit Hoogwoud; D. Schagen, P.M. Grootes, J.C. Zwaan uit Aartswoud; P. Langedijk, J. Vijzelaar van De Gouwe; D. Klaver, P. Karsten uit De Weere; J. Schermer van de Langereis.

1947: Jan Oomes Sr. in het bestuur. Het personeel van de vereniging bestond uit: C.Muntjewerff le controleur, A.J. Zeinstra 2e controleur, W. Wiedijk monsternemer, Jb. van Diepen monsternemer. Ledental 73. Gemiddelde productie van de fokvereniging: 4.085 kg melk, 3,57% vet in 290 dagen. Beste bedrijfsopbrengst stond op naam van P. Deken, te weten 5.007 kg melk, 3,67% vet in 298 dagen.

1948: ledental 94, waarvan er 64 lid zijn van het Nederlands Rundvee Stamboek (NRS) en 10 leden bij Kunstmatige Inseminatie (K.I.). Verschillende leden waren lid van de stierenvereniging Gouw. Bovenstaande gegevens wijzen erop dat men bezig is met de wederopbouw van de rundveestapel. Joh. Veerman (Hannes) weer terug bij de fokvereniging, maar nu als administrateur. Als leerling-controleur komt J. Maat bij de vaste medewerkers.

Orde van grootte van de bedrijven:

5 bedrijven van 1 t/m 4 koeien

13 bedrijven van 5 t/m 8 koeien

39 bedrijven van 9 t/m 16 koeien

37 bedrijven van 17 en meer koeien.

Gemiddeld aantal melkkoeien per bedrijf 14,8.

Nieuw: omweidingssysteem. Het ruiteren van hooi, gras, kunstmatig drogen, inkuilssystemen in ronde silos. Verder veel aandacht aan de gezondheidszorg bij dieren onder andere T.B.C. bestrijding, mond- en klauwzeer, abortusbang en bevruchtingsresultaten.

Ter gelegenheid van het 35-jarig bestaan wordt op 27 september 1948 een plaatselijke fokveekeuring gehouden op het terrein van J. Vijzelaar aan De Gouwe. Deelname 136 inzendingen. Kampioen bij de melkkoeien werd Grijntje 4 van J. van Diepen uit Hoogwoud. Reserve-kampioen werd Booy 125 van N.J. van Berkel eveneens uit Hoogwoud. Aan stamboek- en stierenkeuringen werd veel aandacht geschonken. Verder lezen we over hoge levensproducties, keurstamboekkoeien en preferente stammoeders.

1951-1952: De heer A. van der Meer volgt de heer Koorn op in het bestuur. De eerste mechanische rekenmachine in het nieuwe kantoor. Voordien alles handmatig en met tabellen. Ledental 110.

1953-1954: 40-jarig jubileum. Samenstelling bestuur: L. Glas voorzitter, J.P. Koopman, A. van der Meer, Jac. Ros Sr, N.J. van Berkel, D. Koorn als penningmeester en secretaris (zie foto).

1954-1955: Ere-leden van de vereniging: K. Groot Pzn. (30 jaar bestuurslid geweest), L. Glas (32 jaar onafgebroken voorzitter) D. Koorn (42 jaar vanaf oprichting bestuurslid, waarvan 38 jaar secretaris-penningmeester). N.J. van Berkel wordt de nieuwe voorzitter. 122 leden, waarvan de volgende nieuwe leden: C. de Jong, Jn. van Peenen, S. Vijn, S. Langedijk Czn. en Th. Groot Kzn.

1955-1956: Tot erelid benoemd J.P. Koopman na 15 jaar bestuurslid te zijn geweest. Th. van Diepen wordt nieuw bestuurslid. Cees Schilder, zoon van N.A. Schilder (Klaas), 2e controleur bij Cees Muntjewerff. Bas Vermaat uit Aartswoud wordt nieuw lid. Gert Hemke, De Gouwe wordt opgevolgd door Klaas Hemke en J. Zweed deed zijn bedrijf over aan Jan van de Woude in Aartswoud. Het machinaal melken en trekkertractie neemt toe.

1956-1957: 127 leden. Veel mutaties wegens overdracht en opheffing. P. Deken 40 jaar lid van de vereniging. Eerste deelname aan de Stichting Tentoonstelling Opmeer, afdeling Rundvee. Een uitstekende start door J. Vijzelaar met Margriet 11 als kampioen Opmeer. Reserve-kampioen is geworden Schilder 20 van P. Deken.

1957-1958: Bestuurslid A. van der Meer neemt de voorzittershamer over van N.J. van Berkel wegens gezondheidsredenen. G. Deken neemt zijn plaats in en zal als secretaris gaan fungeren. Cees Muntjewerff zal als penningmeester de financiën van de vereniging gaan beheren. Als controleur wordt Siemen Beemster uit De Weere benoemd. Aartswoud nr. 18 van de 61 fokverenigingen in Noord-Holland. Eind 1958 geven 17 leden met 300 melkkoeien zich op voor eiwitonderzoek. Ook het gecoördineerd schetsen van rundvee is een feit en zal dienen voor onder andere gezondheidsdienst, NRS, provincie en eigen vereniging. De rubriek 'hoge levensproductie' telt 45 melkkoeien met Annie van R. Maat van Het Paradijs aan de top met 77.537 kg melk.

Cees Muntjewerff schets 'Hoorn 87' van eigenaar Siemen Glas. Locatie De Gouwe 48.

1958-1959: Nog steeds ledenwinst, namelijk 133. Sinds de oprichting in 1913 zijn 15.000 kalveren geregistreerd. Hoorn 87 van S. Glas was de gelukkige (zie foto). Het verenigingsgemiddelde komt voor het eerst ruim boven de 5.000 kg melk. Theo Groot Kzn. heeft het hoogste bedrijfsgemiddelde, te weten 7.145 kg melk met 4,18% vet.

1959-1960: Einde van het levenswerk van Joh. Veerman, want op 70-jarige leeftijd gaat hij met pensioen. Er komt steeds meer werk vanwege het toenemende ledenaantal en de activiteiten. Daarom is Jac. Ros Jr. uit De Weere benoemd als 3e controleur. Het hoogste bedrijfsgemiddelde was dit jaar voor Bas Vermaat uit Aartswoud. Nu een 9e plaats op de ranglijst van 61 verenigingen in Noord-Holland. Op het laboratorium werden 30.016
melkmonsters op vetgehalte onderzocht, waarvan 18.000 werden verzonden naar een centraal laboratorium in Alkmaar ten behoeve van het eiwit onderzoek. De derdkalver Oudkerk 18 behaalde een uitstekende productie, te weten 6.694 kg melk met 4,18% vet. Eigenaar N. Klaver te Hoogwoud (Zorgwijk).

Het bestuur van het boekjaar 1960-1961. V.l.n.r. Jac. Ros (De Weere), S. Glas (Gouwe), 
A. v.d. Meer (Langereis), G. Deken (Hoogwoud) en Theo van Diepen (Hoogwoud).

1960-1961: Op 28 november 1961 overleed erelid D. Koorn, een van de oprichters. Als kantoorbediende werd Net Kos (thans Beemster-Kos) benoemd. Dit jaar 139 leden. Het melkbestanddeel eiwit wordt steeds belangrijker. Mijntje 11 van K. Hemke Gzn. is dit jaar wat exterieur betreft de hoogst gekwalificeerde melkkoe.

1961-1962: Saartje 4 van Kt. Bossen uit Aartswoud behaalde de hoogste melkproductie, te weten 8.516 kg met 3,97% vet. Veel melkkoeien en stieren zijn gekeurd door het NRS.

1962-1963: Bestuursmutatie. Jan Oomes Jr. vervangt Jac. Ros Sr. Jb. Feld 10 jaar monsternemer. Viering 50-jarig bestaan door middel van een grootse jubileum fokveedag in Aartswoud op 5 september 1963.

  • Beste eigenaarsgroep George Deken uit Hoogwoud.
  • Kampioen Schilder 20 van George Deken uit Hoogwoud.
  • Reserve-kampioen Mijntje 11 van Klaas Hemke Gzn. Van De Gouwe.
  • Kampioen Jonge Klassen Vera 27 van Aat Grootes uit Aartswoud.
  • Koe met fraaiste uier Jannie 14 van Klaas Hemke Gzn. Van De Gouwe.
  • Hoogste levensproductie Schilder 20 (81.166 kg melk) Van George Deken uit Hoogwoud.

V.l.n.r. Piet Deken, George Deken en Klaas Hemke Gzn. 
Kampioenskoe Schilder 20 en reservekampioen Mijntje 11.

1963-1964: Behoefte aan schaalvergroting zet zich voort. Minder veehoudersbedrijven, minder rundvee en minder fokverenigingen. De laatste drie jaren waren in financieel opzicht niet best. De hoogconjunctuur deed zich gelden, maar niet voor de boerenstand! Zeven dagen werken voor minder beloning wreekt zich. Bedrijfsexcursie naar het bedrijf van Gerrit en Arie Rooker aan de Herenweg. De Jannetjes en Wijdhorens werden dan ook goed bekeken.

1964-1965: Jan Bellis van De Gouwe volgt S. Glas op in het bestuur. Het laboratorium in de 'bedrijfswoning' wordt opgeheven omdat het bestuur heeft gekozen voor 'centraal melkonderzoek' te Schagerbrug. Einde van de periode Hannes Veerman (30 jaar) en Cees Muntjewerff (22 jaar).

1965-1966: Fusie met Abbekerk en Lambertschaag met ingang van 1 januari 1966. Deze vereniging werd daardoor opgeheven. Ledental gekomen op 168 en was daardoor veruit de grootste vereniging in Noord-Holland. Het bestuur ondervindt uitbreiding met Piet Kistemaker en Theo Kieftenburg, beide uit Abbekerk. De administratieve medewerkers bestaan nu uit Cees de Boer, Siemen Beemster, Nel Kos en Arie Zeilemaker.

1966-1967: Wegens vertrek van voorzitter A. van der Meer naar Bergen, volgt Theo van Diepen hem als voorzitter op. Nieuw in het bestuur is Klaas D. Rooker uit Aartswoud. De beste 1-jarige stier op de centrale stierenkeuring te Alkmaar was Deken Adema 7 van George Deken uit Hoogwoud. De gemiddelde productie in stijgende lijn, namelijk 57 kg melk per koe per jaar. Nel Kos verlaat het kantoor. De eerste koe met ruim 100.000 kg melk. Het was Bet 25 van Karel F. Chattellon.

1967-1968: Erelid L. Glas overleden. Cees Beemster 12,5 jaar als monsternemer in dienst van de vereniging. Veel mutaties in de leden door opheffing of vertrek naar elders.

1968-1969: Thans 141 leden met 2.939 melkkoeien. Schaalvergroting gaat versneld door. De Westfriese Flora: Adele 21 van Bas Vermaat uit Aartswoud, steelt de show.

1969-1970: Vice-voorzitter Piet Kistemaker wordt opgevolgd door Jan M. Koorn uit Lambertschaag. Ledental nu 122 met 2.864 melkkoeien (gemiddeld 23,5 stuks). Henk Bakker, monsternemer, op 8 maart 1970 op 45-jarige leeftijd overleden. Monsternemer Arien Bellis 12,5 jaar in dienst. De computer doet zijn intrede. De aangeleverde gegevens worden in Alkmaar en Arnhem verwerkt. Succes voor Bas Vermaat op de Westfriese Flora 1970 met Adele 20 en 21.

1970-1971: Bestuurslid Klaas D. Rooker op 27 october 1970 overleden. Nieuw bestuurslid Piet Helder Jzn. uit Aartswoud. Per 1 october 1970 vertrekt Siemen Beemster naar de Rijksbelastingen. Jacob Plijter volgt hem op als 2e controleur. Twee ideale exterieur koeien zijn Anna 82 van George Deken en Wijntje 81 van G. Stapel Jzn. uit Lambertschaag. Zij werden ingeschreven in het NRS met A 91 punten. Van Cees J. Schilder uit De Weere mocht Trijntje 14 op de Westfriese Flora showen.

1971-1972: Mutatie bestuur. Jan Oomes Jr. niet herkiesbaar en wordt vervangen door Cees J.M. Langedijk uit De Weere. Uitstekende exterieur resultaten met name Wijdhoren 70 van Arie Rooker Gz. en Edam 57 van P. en C. Benit. De tweede honderdduizend (kg. melk) koe, Vroukje 41, eveneens van Karel F. Chattellon. Het aantal melkkoeltanks en ligboxenstallen neemt toe. Een zeer eervolle plaats van de stier Mart 25 van Jan Neefjes op de centrale keuring in Alkmaar.

1972-1973: Bestuurslid Jan Bellis wordt opgevolgd door L. Glas Jbzn. van De Gouwe. Aantal leden 114 met gemiddeld 28 melkkoeien. Anna 82, van George Deken, mag Kampioen van Noord-Holland worden genoemd.

1973-1974: Jac. Ros Jr. volgt Theo Kieftenburg als bestuurslid op. Van de 108 leden, hebben 11 leden een ligboxenstal en 17 leden hebben een koeltank. Hoogste bedrijfsproductie, namelijk 6.694 kg melk, 4,04% vet en 3,40% eiwit staat op naam van George Deken. Ook de 200ste preferente stammoeder Schilder 72 staat op naam van George Deken.

De voormalige dienstwoning van de rundveefokvereniging Aartswoud en omstreken'.

1974-1975: Monsternemer Jb. Rinkel viert zijn 12,5 jarig ambtsjubileum. Financiële druk door inflatie en mechanisatie. Fokvereniging Aartswoud op de 8e plaats van de 30 in Noord-Holland met 5.435 kg melk en 4,10% vet.

1975-1976: Na een 18,5 jarig dienstverband als monsternemer neemt Arien Bellis afscheid van de vereniging. Veel kleine en oudere boeren kiezen wegens de financiën niet voor een koeltank, stoppen met melken en gaan over op het weiden van vleesvee en het houden van schapen. De eerste kalveren worden geregistreerd met een Holstein-Frisian stier als vader. In verband met de heersende Amerikaanse Griep geen exterieur keuringen meer. Verenigingsgemiddelde met 200 kg melk gestegen!

1976-1977: 100 Leden met gemiddeld bijna 32 melkkoeien. Een nieuwe activiteit in de rundveeverbetering, namelijk Koppeling Melkcontrole Veevoeding, deelname 26 bedrijven. Belangstelling voor fokveekeuringen neemt iets af. Veel melkkoeien gekeurd (756) waar het accent wordt gelegd op uiervorm, benen en hoogtematen. Wijdhoren 48 van Arie Rooker uit Hoogwoud verkrijgt het predicaat Sterkoe 3, wegens een uitstekende constitutie. Verder worden een aantal kenmerken geïntroduceerd, met name Bedrijfsstandaard, Lactatiewaarde, etc. Controleur-Stamboekhouder Cees de Boer 34 jaar werkzaam in de vee verbetering, waarvan 25 jaar als zelfstandig controleur Stamboekhouder.

1977-1978: Het toenemend aantal koeltankmelkers (ongeveer 50% van het aantal leden) zorgt voor latere aanvangstijden van het melken, en problemen voor de monsternemers in parttime functies in verband met hun eigen werkkring. Beste prijzen voor de nuchtere kalveren. Het aantal bulksilo's voor veevoer neemt flink toe. Veevoerprijs aantrekkelijk door kwantumkortingen. Er werd dan ook royaal gevoerd. Steeds meer aandacht voor de sociale positie van het gezin door bedrijfstechnisch, organisatorisch en efficiënt te werken. Tweehonderdvijftigste preferente stammoeder Jannetje 90 van P. en J. Oomes. Goede handel binnenland en veel export buitenland. Er werden daardoor uitstekende prijzen gemaakt.

1978-1979: Bestuurslid Piet Helder Jzn. aftredend. Jan Nes Pzn. volgt hem op. Lichte inzinking productieniveau, voornamelijk veroorzaakt door het feit dat men elders in de provincie de achterstanden aan het inhalen is. Het gebruik van Holstein-Frisian-stieren (HF-stieren ofwel Amerikaans bloed) neemt toe! Onze monsternemer Joop de Groot overlijdt op 8 oktober 1979. Schaalvergroting gaat in versneld tempo door.

  • Ligboxstallen: 15 met koeltank
  • Melkleiding: 37 met koeltank
  • Melkketels: 27 op traditionele Noordhollandsestal
  • Zomers: 17 weidewagens (ketels), 14 doorloopwagens (ketels)

Het koele zakelijke neemt de overhand en de rundveefokkerij begint steeds meer te lijken op een papieren fokkerij. Topkoe Nora 363 van N.J. van Berkel bekroond in Groningen met beoordeling A 90 punten. Piet Schilder uit De Weere boekt de 500ste productiekoe van de vereniging, terwijl Jan van Diepen Jzn. van de St. Raphaelhoeve aan de Herenweg in Hoogwoud met Juliaantje 92 de derde 100.000 kg melkkoe behaalde in de vereniging.

Jan van Diepen en zijn vrouw Gon van Diepen-Laan met hun prijskoe Juliaantje 92 bij de 
Sint Raphaelhoeve (stond voorheen aan de Herenweg nr. 29).

1979-1980: Het 25-jarig jubileum van Cees Beemster als monsternemer wordt gevierd. Na een 17-jarig dienstverband verlaat Jaap Rinkel wegens ziekte de vereniging. Op het veefokkersbedrijf van G. Stapel Jzn. in Lambertschaag heeft men Koninklijk bezoek. De laatste 40 liter melkbussen worden op 10 mei 1980 opgehaald. We zien nu alleen nog de RMO-tankwagens de melk ophalen (RMO — Rijdende Melk Ontvangst). Veel ledenverlies!. Veel vergaderingen in verband met reorganisatie rundveefokverenigingen om te komen tot een V.V.B. (Vereniging voor Veehouderij Belangen). We hebben 85 leden met gemiddeld bijna 40 melkkoeien. Sinds 1966 is het aantal leden bijna gehalveerd.

1980-1981: Laatste jaarverslag in verband met fusie met de verenigingen Opmeer, Wognum en Sijbekarspel met ingang van 1 juli 1981. Nieuw kantoor in de voormalige melkontvangst van de zuivelfabriek Aurora te Opmeer. Na een bijna 26-jarig dienstverband als monsternemer overlijdt Cees Beemster op 26 juni 1981. Het productiegemiddelde van 1980, dat het laatste was, bedroeg: 5.779 kg melk, 4,05% vet en 3,41% eiwit.

Samenvatting laatste jaarverslag van Aartswoud en omstreken d.d. 16 september 1982

Het laatste bestuur:                                Dienstjaren:                      Woonplaats:

Th. van Diepen                                       26 jaar                               Hoogwoud

G. Deken                                                24 jaar                              Hoogwoud

J.M. Koorn                                              12 jaar                               Lambertschaag

C.J.M. Langedijk                                      10 jaar                               De Weere

L. Glas Jbzn.                                             9 jaar                               De Gouwe

Jac. Ras Jaczn.                                         8 jaar                                De Weere

Jan Nes                                                   3 jaar                                Aartswoud

Laatste controleurs:

C. de Boer                                              16 jaar                                Aartswoud

J.J. Plijter                                               14 jaar                               Heerhugowaard

Laatste monsternemers:

C. Beemster                                            26 jaar                             De Weere

G.P. Ursem                                               8 jaar                             Hoogwoud

J.Sijts                                                     6 jaar                               De Weere

G. Klaver                                                 3 jaar                               De Weere

P. Groot                                                   3 jaar                               Hoogwoud

P. Klaver                                                  2 jaar                               De Weere

De V.V.B. Midden West-Friesland is in Opmeer geen lang Leven beschoren geweest, want met ingang van 1988 vond een complete fusie plaats in Noord-Holland onder de naam R.O.N. (= Rundvee Organisatie Noord-Holland) gevestigd te Avenhorn. Na 10 jaar volgde de opheffing van de R.O.N., namelijk d.d. 1 september 1998. De Rundveeverbetering werd toen vanuit Heerenveen gedirigeerd, onder de naam Delta. Vraag: Voorlopig einde schaalvergroting? Hierop kan ik echt geen antwoord geven, maar mijn prognose zegt nee!

Conclusie

Op het einde gekomen van 69 jaar Rundveeverbetering in Aartswoud, Hoogwoud, De Weere, Sijbekarspel, De Gouwe, Langereis, Abbekerk en Lambertschaag, kunnen we constateren dat de Rundveefokvereniging ‘Aartswoud en omstreken' een belangrijke en actieve rol heeft gespeeld ten behoeve van haar leden die daartoe in de gelegenheid werden gesteld het bedrijfsniveau op een hoger plan te brengen met uiteindelijk gevolg meer bekendheid in den lande en daar buiten. De gemiddelde productie per koe, in het district Wets-Friesland, over het productiejaar 1997 - 1998 zijn de volgenden: 8.957 kg melk, 4,35% vet en 3,44% eiwit in 345 dagen.

 

Website designed and build by Déanluma