Ambulancedienst Hoogwoud

Door Erik Mooij

In september 1997  zal de ambulancedienst Hoogwoud ophouden te bestaan. Onder druk van de verder gaande professionalisering is het voor deze, door vrijwilligers gedragen, vereniging onmogelijk om nog langer zorg te dragen voor een afdoende invulling van de diensten. Het ontstaan van de vereniging, de aanleiding tot de oprichting en de reden van de opheffing zullen in dit artikel aan bod komen.

 De ambulancedienst Hoogwoud in 1997. V.l.n.r. Luut v/d Berg, Sandra Voerman-Klerk, Anna Punt-Jansen, Mieke Ligthart, Herman Siepe, Ineke van Vught-Weel, Kees Blankendaal, Jeanet Glas, Jan Koopman, Paul Kuijpers, Theo Laan en Kees Mooij.

Ongevallendienst Hoogwoud

De aanwezigheid van de AC de Graafweg en de toename van het gemotoriseerde verkeer in de vijftiger en zestiger jaren zorgde voor veel ongelukken in Hoogwoud en omgeving.  Deze AC de Graafweg met haar gevaarlijke kruispunten behoort tot het rayon van de EHBO Hoogwoud. Voor de eerste opvang van de slachtoffers werd een beroep gedaan op de leden van de EHBO-verenigingen in Hoogwoud. In de praktijk bleek het echter lang  niet  altijd  mogelijk om een EHBOer te bereiken. De steeds hogere frequentie van ongevallen en de toename van het aantal gewonden zette Hoogwoud aan het denken.

Onder de bezielende leiding van dokter Pool kwamen de beide EHBO-verenigingen van Hoogwoud medio 1968 bijeen om een Ongevallendienst te formeren. Deze dienst moest bestaan uit zeer goed geoefende EHBO-ers, die van wanten wisten en die vrijwel elke situatie de baas konden zijn. Het hoofdkwartier van de Ongevallendienst werd gevestigd bij de dames Kaijer. Door het instellen van een centraal   telefoonnummer,   dat   altijd bemand was, waren er altijd EHBO-ers te bereiken. Die konden dan meteen naar een ongeluk uitrukken. Men begon met een drietal leden maar dit aantal was in 1972 al toegenomen tot tien goed ingespeelde leden. Er werd een schema opgesteld zodat er op elk uur van de dag leden beschikbaar waren. De organisatie berustte geheel bij vrijwilligers. In een schrijven aan de doktoren in de directe omgeving van Hoogwoud werd de hulp van de Ongevallendienst aangeboden. Een ongevallendienst was iets dat bij de andere EHBO-verenigingen   in  Westfriesland vrijwel nergens voorkwam.

 Begin jaren '50 kijkend vanuit Opmeer in de richting van Hoogwoud. De kruising van de Breestraat / Middelweg met de AC de Graafweg. Eén van de twee kruisingen die aanleiding gaf tot het ontstaan van de Ongevallendienst Hoogwoud.

Het plan voor de Ongevallendienst slaagde zeer goed en de dienst kreeg afzonderlijke subsidies van de gemeenten Hoogwoud en Opmeer, buiten de kassen der EHBO-verenigingen om. Men hielp krachtdadig, doch na die hulp moest men machteloos bij het slachtoffer blijven zitten wachten op een der weinige ambulances uit Hoorn of Medemblik. Het spreekt voor zich dat er van snelle hulpverlening geen sprake kon zijn waardoor kostbare tijd verloren ging en mensenlevens in gevaar waren. Hierdoor ontstond de wens om voor dit vervoer een ambulance te krijgen en men zag verlangend uit naar de regeling die door het S.O.W. zou worden ontworpen.

Een Ambulance in bruikleen

Op een bijeenkomst op donderdag 4 juni 1970 waarbij dokter Pool, burgemeester Breebaart en enkele EHBO-ers samenkwamen, vertelde burgemeester Breebaart,  dat men van een spoedige regeling voor een ambulance door het Samenwerkings Orgaan Westfriesland (S.O.W.) niet te veel moest verwachten. Volgens insiders kan men een dienst van het S.O.W. pas in 1972 tegemoet zien en dat  is  veel  te  lang,  aldus de heer Breebaart. Pogingen om een wagen van het Rode kruis in Hoogwoud gestationeerd te krijgen waren mislukt, omdat het Rode Kruis de eis stelde, dat ook Rode Kruis-personeel voor de bediening moest zorgen en die zouden dan eerst uit Hoorn moeten komen. Via de rijkspolitie werd een volgende poging ondernomen; met een luitenant van de verkeersgroep zou midden juni een bespreking worden gevoerd.

Secretaris Th. J. Vriend (overl. 27 januari 1981), mede dankzij zijn inspanningen kreeg de Ongevallendienst Hoogwoud de Buick ambulance van de gemeente Texel in bruikleen.

`Nou dokter, die datum kunnen we in onze  agenda  doorhalen', zei de heer Breebaart. Door bemiddeling van de heer Th. J. Vriend was men te weten gekomen, dat er op Texel een ambulance overcompleet  stond.  Onderhandelingen met de heer Van Doorn, directeur   van Gemeentewerken  aldaar,  leidden  ertoe dat B. en W. van Den Burg toestemming verleenden om de wagen gratis in bruikleen aan Hoogwoud af te staan. De wagen was op 29 mei 1970 reeds overgedragen en in een brief gedateerd op 9 juni 1970 werd formeel toestemming verleend.

De 14 jaar oude Buick was een juweel van een wagen, die nog in zeer goede conditie verkeerde. De heer Dirk van de Haak, de 'chauffeur van het eerste uur', stelde in het vooruitzicht enkele verbeteringen  aan  te  brengen,  waardoor de betrouwbaarheid en  de  rijvaardigheid zouden worden verbeterd. Dokter Pool meende, dat de wagen zelfs voor was op die van Hoorn, waarin bijvoorbeeld geen slijmafzuiger  aanwezig  was,  een  zo belangrijk hulpmiddel bij ongevallen. Hij zou graag nog in de wagen zien aangebracht een zuurstofapparaat, spalken en een  verbandkoffer.  Het ministerie van binnenlandse zaken had erin toegestemd, dat de wagen voorlopig een plaats kreeg in de BB-garage (aan de Westerboekelweg).

Moeilijker werd het om tot een bemanning te komen, die wanneer zij zijn ingedeeld ook steeds beschikbaar moeten zijn. De eis werd gesteld dat zowel leden van de ongevallendienst als de chauffeurs telefonisch bereikbaar moesten zijn, zowel overdag als ’s nachts. Men kwam er deze avond niet uit, doch op woensdag 10 juni 1970 zouden de beide verenigingen in spoedvergadering bijeenkomen om hierover uitleg te doen en opgave te ontvangen van deelnemers. Dokter Pool rondde de bespreking af met te zeggen: ‘We hebben een machtig stuk gereedschap, we moeten voldoende mensen opleiden ermee te werken, een kern van enthousiaste medewerkers, voor wie het niet moet zijn een soort van show!’

De door carrosseriefabriek Gebr. Visser te Leeuwarden gebouwde ambulance op een Buick Special uit 1955. De auto was vermoedelijk uitgerust met de toendertijd nieuwe 200 pk sterke V8 motor van Buick.

Burgemeester Breebaart stelde tenslotte voor, dat men nu in concreto de plannen moest samenstellen en dan met het college van B. en W. over de stand van zaken zou komen spreken en aangeven welke financiële consequenties een en ander heeft, waarin de gemeente gaarne bereid is bij te dragen. Hij stelde het bezit van een ambulance op gelijke hoogte met een goede brandweerwagen, waarvan men ook hoopt hem nooit nodig te hebben.

De eerste ritten

Op vrijdag 29 mei 1970 was de Buick reeds ter beschikking gesteld en overgedragen aan de Ongevallendienst Hoogwoud. Op zaterdag 30 mei 1970 moest mevrouw J. Roodt-de Boer bevallen. Zij moest voor deze bevalling (van dochter Annette Roodt) vervoerd worden naar het Sint Jans Gasthuis in Hoorn en werd daarmee de eerste patiënt die met de ambulance van de Ongevallendienst Hoogwoud is vervoerd. Op donderdag 4 juni 1970, de dag waarop ’s avonds over de toekomstige status van de ambulance zou worden gesproken, moest deze tweemaal uit rukken. Een vrouw uit Warmenhuizen kreeg een hartaanval in de Berkmeer. Zij werd naar haar woning vervoerd. De daar gealarmeerde huisarts achtte onmiddellijk overbrengen naar het Centraal Ziekenhuis geboden. Later op de dag krijgt een bejaarde inwoner van Hoogwoud een dijbeenbreuk en opnieuw rukt de ambulance uit met ditmaal als doel Streekziekenhuis in Hoorn. De bemanning van de wagen bestond uit de heer Dirk v.d. Haak en mevrouw Mien Kaijer.

Bemanning ambulance

Op woensdagavond 10 juni 1970 kwamen de twee EHBO-verenigingen in het Dienstencentrum bijeen. Het hoofddoel van deze avond was het vinden van personeel om de ambulance van de Ongevallendienst te bemannen. Op de vergadering waren ongeveer vijftig personen aanwezig en wie dat wilde kon zich aanmelden als vrijwilliger. De algehele stemming onder de aanwezigen was positief en iedereen zag het zitten.

Toen echter de rondvraag kwam en een ieder zich kon opgeven om daadwerkelijk mee te draaien in de groep was het bedroevend om te zien hoeveel leden het aandurfden. Er waren misschien maar 5 aanmeldingen buiten de dames Kaijer. Mien en Tiny Kaijer hadden bewust een afwachtende houding aangenomen na kritiek op hun functioneren in de Ongevallendienst. Hen werd verweten steeds als eerste bij een ongeval aanwezig te zijn waardoor andere leden geen kans kregen om hun vaardigheden in de praktijk te tonen.

Uiteindelijk  werden  er  zestien  leden bereid gevonden om lid te worden en werd  het eerste dienstrooster voor de week beginnend op 21 juni 1970 in elkaar gezet. Dit dienstrooster was bedoeld voor de weekenddiensten.

 Het eerste weekenddienstrooster (ontbreekt Mw Baten).

Ambulancedienst S.O.W.

Op  maandag 7  februari 1972  is de Ambulancedienst van het S.O.W. van start gegaan. De voorgeschiedenis van deze Ambulancedienst gaat terug tot februari 1967, toen de toenmalige Stichting Ontwikkeling Westfriesland een onderzoek instelde naar de gang van zaken  bij  het  ambulance  vervoer  in Westfriesland. In oktober van hetzelfde jaar stelde de afdeling Westfriesland van de Koningklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst een ambulancecommissie in met  als  leden  de  artsen  H.  Sax,  P. Scherpenisse en J.  van der Velde en Reedijk. Deze commissie bracht een rapport uit waarin zij aandrong op een efficient  alarmeringssysteem  binnen  het raam van een streek G.G.D. In mei 1969 spraken de ziekenbroeders van   de Hoornse ziekenhuizen over het alarmeringssysteem, de bemanning en medische voorzieningen in de ambulance. In juni 1970 brachten de besturen van de ziekenhuizen hun ongerustheid over de wijze waarop het ambulancevervoer was geregeld schriftelijk over aan het S.O.W. Op18 maart 1971 aanvaardde de bestuursraad van het S.O.W. de Nota Ambulancevervoer in Westfriesland.

 Ambulancedienst SOW van start, 7 februari 1972. V.l.n.r. de ambulance van Hoorn (taxi Kramer), Medemblik (fam. Boekel), Enkhuizen en Hoogwoud samen met een afvaardiging van hun bemanning en enkele vertegenwoordigers van het SOW.

De Nota Ambulancevervoer schetste een zestal nieuwe middelen om tot een coördinatie van het ambulancevervoer in Westfriesland te komen:

  1. De melding voor ongevallenvervoer kan voortaan door iedereen rechtstreeks geschieden bij de centrale post.
  2. De centrale post wordt ingericht en is dag en nacht bezet en bereikbaar onder één telefoonnummer.
  3. De rayonindeling geeft iedere ambulancepost een eigen gebied waarbinnen deze opereert. Er zijn in Westfriesland 4 ambulanceposten: Enkhuizen, Hoogwoud, Hoorn en Medemblik.
  4. De paraatheid houdt in dat iedere post vrijwel onmiddellijk kan uitrukken en dat men snel ter plaatse van de zieke of het ongeval kan zijn.
  5. De exploitatieopzet voorziet in een kostendekkend tarief en een totale begroting van fl. 137.000,- per jaar.
  6. De bestuurlijke organisatie.

Het bestaan van een ambulancedienst was in Nederland niets bijzonders. De grote steden  kenden  het  systeem,  dat  in Westfriesland ging werken, al jaren. Toch was de Westfriese dienst een  unicum, want hij is op basis van vrijwilligheid tot stand gekomen en hij kon draaien dankzij de vrijwillige medewerking van 65 chauffeurs of verpleegkundigen, die de dienst bemanden. De basis van vrijwilligheid ging  ver.  De commissie van het S.O.W. kreeg te maken met particulieren, verenigingen en instellingen. Zij waren ieder voor zich baas over een ziekenauto. Zij   hebben   deze   vrijwillig   in   de Westfriese dienst ingebracht. In Hoorn was dat taxibedrijf Kramer; in Medemblik de  Stichting  Zieken- en Gewondenvervoer;  in  Enkhuizen  het Rode   Kruis   en   in   Hoogwoud   de Ongevallendienst van de EHBO-vereniging Hoogwoud.

Nieuwe wagen voor ambulancepost Hoogwoud

Ter vervanging van de sedert de zomer 1970  in  Hoogwoud  in gebruik zijnde Buick-ambulance heeft het S.O.W. een Fiat 238-ambulance gekocht die op 7 februari 1972 officieel  door A. Vlaar, toenmalig voorzitter van het  S.O.W., beschikbaar werd gesteld aan de ambulancepost Hoogwoud. Om twee redenen
was deze aankoop noodzakelijk:

  1. de Buick  was  in bruikleen  tijdelijk door de eigenaar - de gemeente Texel - afgestaan en deze gemeente wilde de ambulance weer als reserve inschakelen in het drukke zomerseizoen.
  2. De Buick was – hoewel goed onderhouden – gebouwd in 1956 en kon als afgeschreven worden beschouwd.

Na informaties te hebben ingewonnen bij de G.G.D.’s van Amsterdam en Haarlem, de A.N.W.B., de K.N.A.C. en de Eigen Vervoerders Organisatie is, rekening houdende met de lokale omstandigheden en wensen, gekozen  voor een  Fiat 238-ambulance (die lokale omstandigheid was de   aanwezigheid   van   Fiat   garage Autobedrijf Fiejan). Als  bijzonderheid kan worden genoemd dat op advies van dokter J. Pool een zgn. vleugelbrancarddrager  inclusief draagbaar werd  ingebouwd, waardoor de patiënt zelfs op de meest hobbelige weg volkomen schokvrij vervoerd kon  worden.  Het sprak voor zichzelf dat in de ambulance tevens apparatuur voor het toedienen van zuurstof, het  toepassen  van  kunstmatige  beademing, het afzuigen van bloed en slijm en het infunderen van vloeistoffen aanwezig waren. De totale kosten van deze ambulance bedroegen fl. 35.817,- inclusief de vleugelbrancard die  ruim  fl. 12.000,-
kostte.

De nieuwe Fiat 238 ambulance van Hoogwoud (februari 1972).

Afscheid van de Buick

Op 6 mei 1972 werd de Buick op zijn oude basis teruggebracht. De Ongevallendienst Hoogwoud stond erop dat dit gebeuren een officieel tintje kreeg, vooral omdat men door het lenen van deze ambulance automatisch in aanmerking was gekomen voor de gloednieuwe auto. Blijde Hoogwouders, blijde Texelaars, want het drukke toeristische hoogseizoen stond weer voor de deur en de reserveuto die men in gebruik had was finaal af.

De delegatie  die  naar Texel  overstak bestond uit oud-burgemeester D. Breebaart, dokter J. Pool, docent EHBO en tevens !eider van de ambulancedienst en mej. Tiny Kayer en chauffeur Frans May, beiden lid van de EHBO-teams. Oud-burgemeester Breebaart releveerde de nijpende situatie t.o.v. het ziekenvervoer.  Men  was  niet  zo lang geleden immers nog aangewezen op Hoorn en dat was niet bepaald bevorderlijk voor een vlotte hulpverlening. Daarom ontstond de wens om zelf een ambulancepost te creëren. De financiën lieten de aanschaf van een nieuwe auto echter niet toe. Op 29 mei 1970 kwam de van Texel geleende auto naar Hoogwoud en hij zou tot februari 1972 in totaal 161 keer gebruikt worden. In februari 1972 kreeg Hoogwoud in het kader van de nieuwe regionale ambulancedienst zijn eigen ziekenauto.

 De Buick terug op Texel. V.l.n.r. Frans May, dokter Joh. Pool, Tiny Kaijer en oud-burgemeester Dirk Breebaart.

De Texelse 'Buick' had uitstekende diensten gedaan en het slechts eenmaal laten afweten. Uit erkentelijkheid voor de hulp werd door oud-burgemeester Breebaart aan de burgemeester van Texel mr. W.H. Sprenger, een ingelijste crayontekening aangeboden,   voorstellende  de  Oud-Westfriese Willemshoeve.

Financiën

Op 4 juli 1970 werd door de Ongevallendienst Hoogwoud een `voorlopig  opgestelde  begroting'  gemaakt. Deze begroting voorzag in de financiële behoefte van de Ongevallendienst om de exploitatie  van  een  eigen  ambulance mogelijk te maken.  In deze begroting werd ervan uitgegaan dat de ambulance zou worden  ingezet  in  de gemeenten Hoogwoud, Opmeer-Spanbroek, Abbekerk, Hensbroek, Obdam en Sijbekarspel. Per aangesloten gemeente zouden de kosten fl 0,90 per inwoner per jaar bedragen.

Na het opgaan in de Ambulancedienst van het S.O.W. veranderde de situatie voor de groep Hoogwoud. De exploitatie van de auto ligt in handen van het S.O.W. en de vereniging krijgt betaald per rit als dekking voor de gemaakte kosten. De tekst in de `Nota Ambulancevervoer in Westfriesland' van 1971 luidt dan: 'In het rapport wordt de ambulancedienst vergeleken met een verhuurbedrijf van auto's met chauffeur. Deze vergelijking gaat ook op voor de bemanning van de ambulance. De tijd dat zij hun werk in een sfeer van liefdadigheid verrichten is voorbij. In het algemeen geldt de stelregel dat wie werkt, wordt betaald.' Met het starten van de Ambulancedienst  S.O.W.  werd bekend gemaakt dat een zeker bedrag als beloning zou worden uit betaald. Dit werd eensgezind  door de  vrijwilligers van Hoogwoud  geweigerd.  Gezegd  werd: `Ons werk was, en moet dit steeds blijven, een gratis dienstverlening'. Als compromis werd aangenomen het geld wel te accepteren, maar overschotten te gebruiken als schenkingen aan verenigingen die als doel hadden, hulp te bieden aan de lijdende mensheid.

Maatschappelijke veranderingen

In de afgelopen 27 jaar hebben zich een aantal maatschappelijke ontwikkelingen voorgedaan die het voortbestaan van de vrijwillige ambulancedienst  Hoogwoud hebben bedreigd. Deze ontwikkelingen hebben elk bun eigen impact gehad op het reilen en zeilen van de vereniging. Een aantal van de ontwikkelingen hebben ook handvaten gegeven aan het streven van bestuurders om hun span of control te vergroten. Het aansturen van vrijwilligers is voor een  'professionele'-organisatie een probleem. Door gebruik te maken van de  maatschappelijke  ontwikkeling ontstonden mogelijkheden om het werk van de  vrijwillige ambulancedienst  in een ander daglicht te zetten.

  1. Hogere eisen t.a.v. kwaliteit.

Het streven naar een hogere kwaliteit heeft als gevolg gehad dat een EHBO-diploma en het volgen van aanvullende cursussen niet voldoende is om aan de steeds strengere eisen te kunnen blijven voldoen. Hierdoor werd het noodzakelijk om gediplomeerde verpleegkundigen in te zetten als begeleider  op  de  ambulanceritten.   Het beschikbare historische potentieel uit de EHBO verenigingen werd hierdoor uitgeschakeld. Toch slaagde ambulancedienst Hoogwoud erin de ambulance te bemannen met gediplomeerde verpleegkundigen. in het kader van de noodzakelijke scholing werden cursussen gevolgd. Aangezien deze scholing echter wordt gegeven in de vorm van een dagopleiding zijn een aantal wegens hun dagelijkse werk kring, daartoe niet in de gelegenheid. De vereniging kan derhalve slechts nog in beperkte mate aan de gestelde eisen voldoen.

  1. Twee inkomensgezinnen

Kwam het in de begin jaren '70 voor dat beide partners betaalde arbeid verrichtten dan behoorde men tot de uitzonderingsgevallen. Dit maakte het mogelijk dat met name de vrouw zich beschikbaar stelde voor het uitoefenen van de tank van verpleegkundige op de ambulance. Hierdoor was het invullen van de roosters voor de Ambulancedienst Hoogwoud een relatief eenvoudige zaak. De problemen lagen vaker in de invulling van de chauffeursbezetting dan een verpleegkundige. Doordat de man meestal degene was die betaalde arbeid verrichtte was het moeizaam om gedurende de uren van 8.00 tot 18.00 uur een beschikbare chauffeur te vinden. Door de medewerking van de Gemeente Hoogwoud, en enkele werkgevers in Hoogwoud (Autobedrijf Fiejan, Autoschade P.C. Schilder, Meubelfabriek Heesink) bleek het toch mogelijk om chauffeurs beschikbaar te krijgen.

Met het stijgen van de eisen aan de verpleegkundige ontstond de roep om gediplomeerde verpleegkundigen. Deze groep behoorde echter relatief vaak tot de twee inkomensgezinnen. Dit betekende dat de gediplomeerde verpleegkundige zijn of haar werk voor de ambulancegroep Hoogwoud naast hun betaalde werk moesten gaan doen. Dit is een behoorlijke aanslag op de beschikbare vrijetijd van iemand.

Reeds in 1978 waren er signalen om de vrijwilligers buitenspel te zetten.

  1. Egocentrisch gedrag

Door het toenemende aantal twee-inkomensgezinnen, de hogere werkdruk en de beschikbaarheid van meer ontspanningsmogelijkheden is de maatschappij egocentrischer geworden. Dit is een algemeen maatschappelijk verschijnsel en is derhalve niet aan Hoogwoud en Opmeer voorbijgegaan. Hierdoor wend het ook voor de ambulancedienst Hoogwoud moeilijker om mensen bereid te vinden om hun vrije tijd in dienst te stellen van deze vrijwilligers vereniging. De vereniging had als gevolg daarvan steeds meer moeite om het dienstrooster volledig ingevuld te krijgen. De druk nam daardoor enorm toe op slechts een klein aantal leden.

Een gedeelte uit een wervingsaktie.

 

Flapdrollenrapport

‘Flapdrollenrapport’ van SOW wekt woede ambulancedienst Hoogwoud

27 september 1991 haalt huisarts Henk Scheer de krant met een duidelijke mening over het juist verschenen SOW rapport. Foto: Begeleidster Afra Mooij-Dam en chauffeur Wim Wehrmeijer.

In 1991 heeft het SOW een nieuw rapport laten schrijven over het functioneren van de ambulancedienst. Doordat er problemen waren gerezen bij de invulling van de   diensten   in   de   ambulancepost Enkhuizen ontstond voor de verantwoordelijke SOW bestuurders de mogelijkheid om een nieuw rapport te laten verschijnen. In een krantenartikel van 27 september 1991 typeert huisarts Henk Scheer het rapport als een ‘Flapdrollenrapport’. De samenstellers van het rapport weten dat zij op het vlak van kostenefficiency kansloos zijn, slechts fl 27.000 per jaar voor een post die zeven dagen per week en 24 uur per dag wordt bemand, en maken daarom dankbaar gebruik van het maat schappelijk streven naar een hogere kwaliteit.

Door gebruik te maken van dit moeilijk objectief meetbare criterium worden de vrijwillige ambulancediensten van Hoogwoud en Medemblik afgeschilderd als niet professioneel. Zowel Hoogwoud en Medemblik zijn verontwaardigd. Henk Scheer zegt hierover: 'De vrijwilligers die hier (is Hoogwoud maar geldt evenzeer voor Medemblik)  op de  ziekenwagen actief zijn, hebben vrijwel allemaal een dagtaak in het ziekenhuis. Daarbij volgen ze regelmatig cursussen om hun kennis op peil te houden. Het is dus onzin om te zeggen dat ze niet professioneel zouden zijn. Drie weken geleden nam de hoofd inspecteur voor de volksgezondheid hier nog een kijkje. Die ging heel tevreden weg.' Het lijkt erop dat in de beleving van het SOW `professioneel hetzelfde is als `betaald' en dus bestuurbaar, zonder dat daar voor de burger enige toegevoegde waarde tegenover staat.

Een  ander punt dat de verwondering wekte van de ambulancedienst, maar ook van de gemeente Opmeer, is de wettelijke maximum aanrijtijd van een kwartier. Toen  het SOW  in  mei 1991  de toen bestaande indeling van het ambulancevervoer voor Westfriesland moest verdedigen bij de provincie erkende zij dat de maximum aanrijtijd van een kwartier vanuit Hoorn een probleem was. Zonder dat er ook maar iets veranderd is in de infrastructuur blijkt dat in september 1991 geen probleem meer?! De Hoogwouders wijzen erop dat ook door een andere ambulance aan de andere kant van het dorp, in de richting Schagen,  die aanrijtijd bij lange na niet gehaald kan worden. Het lijkt erop dat met cijfers gemanipuleerd is om andere doelen te dienen.

Politiek gekrakeel

Aan het einde van 1991  ken SOW-gecommiteerde Cor Does, tevens wethouder van de gemeente Opmeer, terug op het opheffingsplan. `De geleverde prestaties van de vrijwilligersposten geven voldoende reden om het huidige systeem te handhaven'. Vasthouden aan de bestaande situatie betekende echter volgens Does wel dat de 50 mille die Hoogwoud en Medemblik jaarlijks kosten, moeten worden bespaard op de  piketdiensten in Hoorn. Daar wrong dus de schoen: het bekostigen van de nieuwe beroepsbemanning op de post Hoogkarspel.

In een krantenartikel op 15 april 1992 laat de scheidende adjunct-directeur van de GGD René Brokerhof zich van zijn ware kant zien. Hoewel hij eerst zegt groot respect te hebben voor de vrijwilligers die de ziekenauto tegen een uurvergoeding van drie kwartjes runnen geeft hij verderop in het artikel aan diezelfde vrijwilligers te vergelijken met slagers. 'Ik vind het terecht dat de overheid de nadruk legt op kwaliteit in plaats van snelheid. Ik word liever pas  na  zeventien  minuten geholpen door een deskundige dan binnen vijf minuten door een slager.'

Ook De Enkhuizer wethouder Knukkel deed in mei 1992 nog een duit in het zakje. Hoewel hij in 1991 nog op de bres sprong om de vrijwillige ambulancepost van Enkhuizen te behouden, bleek dat na het verlies van de ambulancepost uit zijn eigen gemeente zijn mening als een blad aan een boom was gekeerd. In een motie tijdens een vergadering van het SOW op 28 mei 1992 vraagt hij om opheffing van de vrijwillige ambulancepost van Hoogwoud. Volgens Knukkel, is het beter iets langer te wachten op professionele hulp, dan snel te worden ingepakt door een hardrijdende EHBO'er. In ieder geval kan wel geconstateerd worden dat zowel Brokerhof als Knukkel vinden dat de vrijwillige ambulanceposten sneller zijn dan de `professionele'.

Op   het hoogtepunt van het gekrakeel krijgen de vrijwilligers van Hoogwoud steun van ex-coördinatrice Evelien Lub van  de Enkhuizer ambulancepost. Zij coördineerde vijf jaar lang de inzet van chauffeurs en bezetting van de Enkhuizer ambulancepost totdat die in 1991 werd opgeheven. Nadat ze zich lange tijd heeft kunnen inhouden laat zij op 9 juni 1992 optekenen  'Uitspraken  Knukkel  over EHBO'ers slaan nergens op'  Zij geeft aan: 'Op de Enkhuizer ambulance zaten louter verpleegkundigen. In Hoogwoud bestaat de bezetting ook uit gekwalificeerde   verpleegkundigen.   Op één EHBO'er na. Ga maar na, alle Enkhuizer vrijwilligers zijn nu in dienst van het SOW. Op een enkele na rijden ook de chauffeurs weer op de ambulance.' Dit geeft eens te meer aan dat het, in tegenstelling tot wat Brokerhof en Knukkel beweerden, met de kwaliteit en het opleidingsniveau van het vrijwillige ambulancepersoneel wel goed zat en zit. Ook tijdens de  opheffing  van de  ambulancedienst Hoogwoud zijn weer een groot aantal mensen overgegaan in een dienstverband bij het SOW!!

Ondanks dit gegeven is de druk op het vrijwillige ambulancepersoneel toegenomen door de opleidingseisen steeds verder op te schroeven.

 Aan tafel v.l.n.r. T. May-Bakker, Frans May, Hil Groot, Ida Groot-Braakman, Vera Bakker-Slijkerman, Cees Bakker, Mien Kaijer en Gré Mooij.

Waardering

In de afgelopen jaren hebben een groot aantal mensen zich belangeloos ingezet voor de ambulancedienst en daarmee voor hun medemens. Een blijk van waardering in hun richting is derhalve op zijn plaats. Een aantal leden zijn in de loop der jaren prominent aanwezig geweest en zijn ook in het zonnetje gezet door de gemeente Opmeer.

Tijdens het afscheid van Ida Groot, Frans May, Cees Bakker en Mien Kaijer (op 27 februari 1982)  werd  laatst  genoemde zelfs koninklijk onderscheiden. Zij kreeg de eremedaille in zilver verbonden aan de Orde van Oranje Nassau wegens haar grote verdienste bij de E.H.B.O. vereniging, de Ambulance groep en het feit dat ze in 1964 in Bergen aan Zee de heer Ooievaar het Leven redde en haar grote zorg voor de familie Schaafsma na de fatale brand in november 1967.

Op 19 maart 1993 nam Afra Mooij-Dam afscheid van de Ambulancedienst Hoogwoud omdat de nieuwe regels voor ambulancevervoer aangaven dat begeleiders van ambulances over het diploma verpleegkundige-A moeten beschikken. Tijdens het informele afscheid heeft burgemeester W.S.P.P. de Leeuw de oorkonde van de gemeente aan haar uitgereikt. Het was de eerste keer dat deze oorkonde werd uitgereikt. De oorkonde is aangeboden als blijk van waardering voor de 23 jaar die zij zich heeft ingezet voor de Ambulancedienst Hoogwoud. Zij heeft vanaf het begin als begeleidster met de ambulance meegereden, en zich daarvoor 24 uur per dag beschikbaar gesteld.

Burgemeester W.S.P.P. de Leeuw reikt de oorkonde van de gemeente Opmeer uit aan Afra Mooij-Dam.

Op 30 april 1993 kreeg Suit Mooij uit handen van burgemeester De Leeuw de eremedaille in zilver voor ruim veertig arbeidsvolle jaren en een tomeloze inzet voor de ambulancedienst Hoogwoud van augustus 1976 tot september 1992.

Joh Pool jr. kreeg in 1995 (postuum) nog een blijk van waardering voor o.a. zijn inzet voor de vrijwillige ambulancedienst in de straatnaamgeving van de Dokter Poolstraat. (Zie verder ‘Hoe het vroeger was’, uitgave juli 1996 Stichting Hoochhoutwout).

Voorts kregen alle (ex) vrijwilligers van de ambulancedienst (naast alle vrijwilligers voor andere doelen in onze gemeenschap) van de Bonte Carnavalstrein een eerbetoon in de editie van 1996. Een nummer ter ere van hen werd ten gehore gebracht en is later ook opgenomen op de door hen uitgebrachte CD.

Toekomst

In de beleidsnota ‘Ambulancezorg in Noord-Holland 1997-2000’ wordt aangegeven dat besloten is per 1 september 1997 de standplaats Hoogwoud in te trekken. In deze beleidsnota wordt de suggestie gewekt dat de opheffing plaats vindt op initiatief van de Ambulancedienst Hoogwoud. Dit is echter niet juist. Het is wel een feit  dat het S.O.W. reeds in het stadium van totstandkoming van de nota te kennen heeft gegeven, dat de standplaats Hoogwoud opgeheven zou moeten worden. De redenen hiervoor zijn de goede bereikbaarheid vanuit Hoorn en Hoogkarspel, en het feit dat de ambulance in Hoogwoud in 1995 slechts 402 ritten heeft uitgevoerd.

Ondanks het feit dat de Gemeente Opmeer zich heeft ingespannen om Hoogwoud als standplaats voor een ambulance te behouden verdwijnt per 31 augustus 1997 de standplaats Hoogwoud. Burgemeester W.S.P.P. de Leeuw liet in een krantenartikel van 29 november 1996 het volgende optekenen: Ik ben ongelukkig met elke vorm van concentratie zoals ook bij de brandweer en de politie. De voordelen van een dergelijke samenwerking heb ik nog nooit gezien. ‘Voorts is hij het ook oneens met de constatering van de provincie dat een deel van het personeel in Hoogwoud niet voldoende geschoold is voor dit werk. ‘In meer dan twintig jaar hebben mij nog nooit klachten bereikt. De samenleving is steeds meer bezig de normen op te schroeven, maar je moet je afvragen of dat wel in overeenstemming met de realiteit is.’ De constatering die op dit moment rest is dat de situatie zich, dankzij het verhoogde kwaliteitsbesef van de provincie en het S.O.W., verdacht veel laat vergelijken met de situatie van voor 1970.

Alvast oefenen met de technieken van de toekomst. Ook hier was de ambulancedienst Hoogwoud al van de partij. In de witte pakken v.l.n.r. Jan Koopman, Ingrid Besseling en Luut van de Berg.

Dank aan een ieder die zich heeft ingespannen voor het ontstaan, het in stand houden, het bemannen en het behouden van de Ambulancedienst Hoogwoud.

 Foto gemaakt okt/nov. 1974. Staand v.l.n.r. Kees Bakker, Vera Bakker-Slijkerman. dr. Henk Scheer, Mien Kaijer, Frans May, dr. Joh. Pool, Flavia Schagen-Groot, André Wester, Tiny Venneker-Kaijer, Ida Groot-Braakman. Zittend: Jaap Verkerk, Afra Mooij-Dam, Cunera Vlaar, Annie Wester-Meilink, John van Zijp, Gré Mooij en Kees Mooij. Liggend: Rein Oostenveld.

 Jaarlijkse uitje van de Ambulancedienst Hoogwoud samen met partners. Achterste rij: Henk Hoogeland, Marga Hoogeland, Emy Rood-Borgman, Marion Hofland, Paul Kuijpers, Dirk Bakker, Jan Rood, Wim Wehmeijer, Kees Blankendaal, Gerrit Dijkstra en Afra Mooij-Dam. Middelste rij: Ruud Bant, Suit Mooij, Rik Germans, Elly Mooij-de Vos, Gre Postma, Trudy Borgman-Verwer, Rom Postma, John Borgman, Annet Mooij, Herman Siepe, Marion Wehmeijer, Lydia Blankendaal-Groot, Lieneke Dijkstra-Oostenveld, Paula Bakker-Feld en Tiny Siepe. Voorste rij: Marian Bant-Vet, Theo Laan, Lida Laan-Verwer, Ellen Zwaan-Deutekom, Arjen Zwaan, Kees Mooij, Martin Brode en Piet Reitsma (buschauffeur).

 Foto gemaakt op 20 mei 1990 i.v.m. het 20-jarig bestaan van de Ambulancedienst Hoogwoud. Achterste rij: Wim Wehmeijer, Erik Mooij, Gerrit Dijkstra, Arjen Zwaan, Aad de Jong, Ingrid Besseling, Paul Kuijpers, Afra Mooij-Dam, Herman Siepe en Annet Mooij. Voorste rij: Kees Mooij, Henk Scheer, Marcel Mes, Theo Laan, Jeanet Koomen-van Baar en Kees Blankendaal.

 

Website designed and build by Déanluma